Terug

Het Dierenparkje van Willem en Geke Strijker

 
 
Emoe's Kippen Pauw Kalkoen Brahma kip Parelhoen

 

Bramah

Cochin

   

Pauwen

 

Informatie over de Emoe.

Op het wapenschild van Australië staat naast de kangoeroe ook de emoe. Dit wil zeggen dat de emoe een belangrijk dier is in Australië.

Het Australische Wapenschild werd in 1912 toegekend door Koning George V. Het bestaat uit een schild met de kentekens van de 6 Australische Staten die de federatie vormen. De goudkleurige wattle of acacia, de kangoeroe en emoe worden algemeen aangezien als de nationale flora-, fauna- en vogelemblemen.

Familie:

De emoe is een vogelsoort, maar geen gewone: het is een loopvogel. Hij is ook nog familie van de kasuarus. Wat ook leuk  om weten is, is dat de emoe de tweede grootste loopvogel van de wereld is. De struisvogel (Afrika) is dus de grootste. Nog een soortgenoot van hem is de nandoe (Zuid Amerika).

De kasuaris De nandoe De struisvogel

De kenmerken:

De emoe kan dus niet vliegen. Dit komt omdat hij te kleine vleugels heeft. Maar onze vriend kan wel snel lopen. Zijn poten zijn dan ook sterk ontwikkeld. Wel raar, want hij heeft maar 3 tenen. De snavel van de emoe kan wel 12 cm lang worden. De emoe weegt gemiddeld  55 kg. De grootte  kan van 1m50 tot 1m80 gaan. Het vrouwtje is iets groter dan het mannetje. De rughoogte  bedraagt 1 m. Als de emoe loopt kan hij met één stap een lengte overbruggen van wel 3 meter. Het geluid van het vrouwtje zijn doffe klanken, het mannetje maakt dan meer keelklanken.

Het voedsel:

Op het menu staat een allegaartje; de emoe eet: rupsen, sprinkhanen, vruchten, bessen, kleine knaagdieren. De emoe is ook heel nieuwsgierig, daardoor eten ze soms sleutels, munten, spijkers enz... Door zijn langere nek kan hij dus zowel op de grond als in de hoogte voedsel zoeken. Bij ons krijgen de emoes gewone legkorrel te eten, en zijn tevens stapelgek op brood als heerlijke versnapering.

Leefomgeving:

Emoes leven meestal alleen. Ze komen soms wel in hele troepen tezamen maar dat is meer omdat het voorradige voedsel ze bijeen brengt. De emoe leeft dus in Australië. Niet overal, hij verkiest de woestijnen, de vlaktes en de bossen. Maar in het dichte regenwoud komt hij liever niet.

De voortplanting:

De emoes houden een rare paringsdans. Ze houden hun koppen omlaag met een gebogen hals. Dan zwieren ze heen en weer met hun kleine kopje. Het mannetje is niet zo zachtaardig tijdens de paring, hij bijt namelijk in de nek van het vrouwtje. Na de paring maakt het mannetje een ondiep nest op de grond. Wat later legt het vrouwtje 9 tot 11 eieren. Het mannetje broedt de eieren uit en niet het vrouwtje. De broedtijd duurt ongeveer 50 dagen.

Eén ei weegt ca 600 gram, de kleur is olijfgroen en het ei is ongeveer 14 cm hoog en 9 cm breed. Het kuiken weegt ca 500 gram.

Kuikens:

De kuikens van de emoes zijn gestreept.

Die bij ons in de ren lopen zijn van april en mei 2003. Dat betekent dat ze voorjaar 2005 als volwassen worden beschouwt. Dan kan het vrouwtje haar eerste eieren leggen. Het  vrouwtje is iets groter dan het mannetje. Menig bezoeker denkt meestal net andersom.

Ze zijn verder rustig van aard, behalve als ze ‘onraad’ opmerken. Onraad betekent voor de emoes al gauw zaken die ze niet bekend voor komen. Daar vallen ook ‘nieuwe bezoekers onder. Kom je regelmatig, dan zullen ze je herkennen en verder rustig reageren. Zijn gek op brood, aan stukken gemaakt fruit, wat ook gevoerd mag worden. Ze vinden het fijn als ze geaaid/gekrabd worden achter in de nek. Zijn ze lekker rustig en kalm, kun je dat best eens proberen.

Eigenschappen

De vogel is 1,50 tot 2 meter hoog en weegt tot 60 kg. Het mannetje is gewoonlijk wat kleiner. Emoes zijn nomadische vogels, zij trekken de regen achterna op zoek naar zaad, bloemen, fruit, knoppen, scheuten, insecten, rupsen en alles wat verder ter tafel komt. Zij kunnen grote afstanden afleggen in een snelle economische draf, maar indien nodig kunnen ze voor korte tijd 50 km per uur halen.

Emoes leven meestal alleen en schijnen niet veel behoefte aan gezelligheid te hebben. Ze komen soms wel in hele troepen tezamen maar dat is meer omdat het voorradige voedsel ze bijeen brengt.

Voortplanting

Emoe-kuiken

De vogel paart in hartje zomer en broedt in de koelere maanden. Ze houden er een territorium op na dat zo'n 30 km² kan bedragen. Als de dagen beginnen te korten ondergaat het mannetje hormonale veranderingen, verliest zijn eetlust en begint een ruw nest te bouwen van boombast, takjes, gras en bladeren. Ruwweg om de andere dag legt het wijfje een groot, dikschalig groen ei dat wel een halve kilo kan wegen. Na een ei of zeven wordt het mannetje broeds en de volgende acht weken eet noch drinkt noch ontlast hij zich. Hij staat alleen zo'n tien keer per dag op om de eieren te draaien. Als de eieren uitkomen is hij een derde van zijn gewicht kwijt. Het wijfje is er dan allang met andere kerels vandoor.

Ondanks alle vaderlijke zorgen halen zo'n vier van de vijf kuikens het tot de volwassenheid. De kuikens zijn nestvlieders, ze zijn zo'n 25 cm hoog, zijn bruin gestreept en vader leidt ze nog een half jaar rond om ze te beschermen en te leren hoe te overleven. Hij pikt daarbij vaak ook adoptiefkinderen op. De kuikens groeien snel, tot een kilo per week en na ruim een jaar zijn ze volwassen. In het wild leven emoes zo'n jaar of tien, maar in gevangenschap kunnen ze meer dan het dubbele daarvan bereiken.

Evolutie

De loopvogels (Ratites) waar emoes toe behoren zijn al erg oud. Emoes waren er waarschijnlijk al toen er nog dinosauriërs rondliepen, zo'n 80 miljoen jaar geleden. Zij zijn goed aangepast aan het hete continent waar ze op leven. Hun veren zijn licht van kleur, behalve de punten. Deze absorberen het zonlicht, maar ze zijn door het lichtere deel van de huid geïsoleerd. Het verenpak laat maar zo'n 2% van de zonnewarmte door.

Er waren voor de komst van de Europeanen waarschijnlijk drie soorten, waarvan alleen de eerste nu nog is overgebleven:

De emoe Dromaius novaehollandiae, met de ondersoort

De Tasmaanse emoe, D. novaehollandiae diemenensis was een ondersoort van de soort van het vasteland en stierf rond 1850 uit.

De Kangoeroe-eiland emoe, D. audinianus stierf uit rond 1827 als gevolg van de jacht en van de vele bosbranden. De emoe van het vastland werd in de jaren 1920 op het eiland uitgezet.

De kleine Koningseiland emoe D. ater was maar de halve grootte van D. novaehollandiae en werd rond 1805 tot uitsterven gebracht door bejaging door zeehondenjagers en zeelui.

Relatie tot de mens

De aboriginals hebben sinds lang de economische waarde van de vogel ontdekt, maar in de Westerse maatschappij is die realisatie veel recenter. Zij zijn lang als plaag en concurrent voor het vee gezien. In 1932 is hun zelfs de oorlog verklaard. Het besef begint nu door te dringen dat het houden van emoes vaak minder schade doet aan de meer marginale gronden van het land. Bovendien houden de vogels insectenplagen onder de duim. De eieren en het vlees zijn nu gewilde producten en er zijn vele emoe-fokkerijen in Australië en inmiddels ook op andere continenten.

 

Sinds gisteren 12-2-2007 ontdekt in de vogelren:

 

het oranje, ronde ding is een flinke navelsinaasappel, om te vergelijken)  De groene zijn..... Emoe-eieren!

Deze emoe-eieren wegen ruim 500 gram.  (Om een beeld te krijgen hoe groot ze ongeveer zijn; een kippenei weegt ca 50 gram)

 

Sinds begin maart 2008 zijn wij de bezitters van dit prachtige trio Quessantschaapjes. De ram is gecastreerd, dus de ooien hebben weinig  van hun mannelijke ‘vriend’ te duchten! Deze schaapjes zijn om en nabij de 10 – 11 jaar oud. Niet al te jong meer. We hopen dat wij ze een goede oude dag kunnen bieden hier!

 Het Quessantschaap is afkomstig van het Franse eiland L'Quessant, voor de westkust van Bretagne in de Atlantische oceaan. Het Quessant is het kleinste schapenras ter wereld en het is waarschijnlijk dat de Scandinavische kortstaartschapen van invloed zijn geweest op het ontstaan van het dit ras wat ook veel op de uit de Baltische landen en Oost- Pruisen afkomstige Skudde lijkt.
In Bretagne kwam oorspronkelijk een oud type schaap voor, met een drietal varianten, namelijk het Bretonse Landes-schaap, het Race des Deux en het Quessant schaap. Het Quessant schaap is een typisch voor beeld van "Insular Dwarfism", een verschijnsel dat voorkomt bij dierpopulaties, die generaties lang op een eiland of een sterk afgesloten gebied leefden onder zeer karige omstandigheden.  

Het Quessant schaap werd in 1971 in Nederland geïntroduceerd.

Het Quessantschaap is klein, rechthoekig en relatief hoogbenig gebouwd. Volwassen rammen wegen 20 kg. en hebben een schofthoogte van maximaal 49 cm. De rammen hebben relatief grote, gedraaide hoorns.  Volwassen ooien wegen 15 kg. en hebben een schofthoogte van maximaal 46 cm. Bij het Quessantschaap komen in oorsprong 3 kleuren voor: zwart, wit en bruin (ofwel marron genoemd). De zwarte kleur overheerst, vooral in Frankrijk.
De wol is lang met een zeer dichte ondervacht, die bescherming biedt aan een ruw zeeklimaat.
Ze zijn dus ‘winterhard’ te noemen.
Het gewicht van de vacht varieert bij de rammen van 1,2 kg. tot 1,8 kg, bij de ooien van 1,0 kg. tot 1,5 kg. Het gewicht van de vacht is 10% van het levend gewicht. Het Quessantschaap heeft hiermee per kilogram levend gewicht een zeer hoge wolopbrengst, de hoogste van de Franse schapenrassen.

 

Neem gerust plaats op het bankje wat er speciaal voor is neergezet.

Vr. gr. Fam. Strijker.