Plaatselijk Belang "De Vooruitgang" Nieuw Balinge
.
Secr. A. Wielink, Voornweg 10, 7938 RC Nieuw Balinge
Rabobank Westerbork: 3694.00.453
K.v.K. Meppel nr: V046297
 
 
 

MANTINGERVELD, MANTINGERBOS EN –WEIDEN
visie voor een landschap in voortgaande verandering

Samenvatting

De komende jaren werkt Natuurmonumenten samen met bewoners, andere terreinbeheerders en overheden  verder aan de ontwikkeling van een samenhangend landschap in het gebied van het Mantingerveld en het Mantingerbos en –weiden in Zuid Drenthe. Een landschap waar enerzijds de historie beleefbaar is en waar anderzijds ruimte is voor natuur die zich zelf vormt. Een landschap waar mensen welkom zijn. Het gebied is nu bekend door de prachtige jeneverbesstruwelen en heidevelden. De oude boskernen in Mantingerbos en –weiden zijn uniek. In het noorden van het gebied ontspringt de beek het Oude Diep.

Begin jaren negentig lagen in het Mantingerveld verschillende kleine natuurreservaten. Deze reservaten hadden sterk te lijden van verdroging en vermesting en ze waren te klein voor gezonde populaties van planten en dieren. Natuurmonumenten zag geen kans om de bijzondere natuur hier in stand te houden, tenzij de gebieden tot één geheel zouden kunnen uitgroeien. Natuurmonumenten verraste de streek in 1991 met het Plan Goudplevier. Dit plan voorzag in aankoop en omvorming van landbouwgrond tot heide. Nu ruim 20 jaar later  veel gronden zijn gekocht en ingericht bestaat er behoefte aan een ruime visie op het beheer. Anders dan in de jaren negentig heeft Natuurmonumenten nu eerst het overleg met de bewoners van het gebied gezocht. Door rekening te houden met verwachtingen en ideeën van mensen in het gebied kan zich een gebied ontwikkelen waar de bewoners en Natuurmonumenten samen aan werken en trots op zijn.

In deze visie is het water als basis genomen: de samenhang tussen gebieden waar water inzijgt en gebieden waar grondwater aan de oppervlakte komt. Er is gekeken naar de relatie met andere natuurgebieden, zoals de Boswachterij Gees, en naar de relatie met landbouwgronden grenzend aan de natuurgebieden. De visie houdt rekening met de grote en deels  onomkeerbare veranderingen in het gebied.. Het is niet mogelijk om heide en hoogveen die er 150 geleden waren te laten herrijzen. Het gebied is droger geworden. Het hoogveen is afgegraven en de grondwaterstanden in het gebied zijn verlaagd door ruilverkavelingen en inrichting als landbouwgebied. Het gebied is blijvend voedselrijker geworden door de aanvoer van meststoffen, ook via de atmosfeer. Het gebruik dat mensen van het gebied maken verandert. Vroeger verdiende bijna iedereen in de streek zijn brood met het boerenbedrijf. Nu zijn er enkele grote moderne boerenbedrijven. Andere bewoners werken in de steden in de omgeving en genieten van een mooie omgeving om in te wonen en te ontspannen.

Natuurmonumenten wil verder bouwen op wat er nu al is in het gebied. Het landschap laat vanaf de dorpen een afnemende menselijke sturing zien. Die geleidelijke overgang kan sterker tot uitdrukking komen in het landschap. In de omgeving van de dorpen zien we een door mensenhand gevormd landschap waar natuur en cultuur hand in hand gaan. Op wat grotere afstand van de dorpen vormen water, wind, grote grazers en plantengroei het landschap, soms tijdelijk bijgestuurd door beheer om het landschap open te houden.

Water vormt de sleutel voor de ontwikkeling. Door water vast te houden ontstaat er meer natte heide en worden het beekdal en de beekloopjes beter gevoed met grond- en kwelwater. 

In Mantingerbos en –weiden herleeft het kleinschalige landschap van de Broekstreek met de bovenlopen van het Oude Diep. Kleinschalige bosontwikkeling versterkt de bestaande oude boskernen van het Mantingerbos.  Naast deze kleine bosgebieden zijn er vochtige hooilanden en weides met vee. Nieuwe elzensingels worden aangeplant en periodiek afgezet om de oude kavelverdeling zichtbaar te maken.

De Mantingeres vormt de verbinding tussen het Mantingerbos en –weiden en het Mantingerveld.  Langs de oostrand van de es ontstaat een natte verbindingszone die het mogelijk maakt dat dieren van het ene naar het andere gebied kunnen komen. Agrarisch natuurbeheer op de randen van de es zorgt voor een geleidelijke overgang richting de dorpen.

Het Landarbeiderswetgebied bij Nieuwe Balinge wordt zichtbaarder in het landschap. Oude vormen van extensieve kleinschalige landbouw krijgen hier opnieuw een plaats. Samen met de particuliere eigenaren werkt Natuurmonumenten deze richting verder uit.

Het Mantingerveld ontwikkelt zich tot een groots heidelandschap met natte en droge heide, stuifzand, heischrale graslanden en voedselarme vennen. Door de combinatie van de oude heide- en stuifzandrelicten en de nieuw ingerichte natuurgebieden ontstaat een heel afwisselend heidelandschap zoals we dat nu nauwelijks kennen, met ruimte voor allerlei planten en dieren. Er is ook ruimte voor bos en struweel. Natuurlijk het jeneverbesstruweel, maar ook spontane ontwikkeling van nieuw struweel en bos, waarbij het beheer er voor zorgt dat het landschap  overwegend open blijft.

Het beheer van het Mantingerveld is minder precies gestuurd dan in de cultuurlandschappen. Natuurlijke processen krijgen ruimte om het landschap te vormen en mensen te verwonderen. Natuurlijke begrazing met kuddes vrij levende runderen is hier een belangrijke factor. De verschillende losse begrazingseenheden worden stap voor stap aaneen gesmeed tot een geheel. Waar de dieren precies grazen bepalen ze zelf. Om al te sterke bosopslag te vermijden is in de nieuw ingerichte natuurgebieden een tijd lang aanvullend beheer nodig, zoals het trekken van jonge bomen en eventueel aanvullend begrazen met schapen.

De combinatie van grootschalige natte en droge heide met het kleinschalige Landarbeiderswetgebied en agrarisch natuurbeheer op de aangrenzende landbouwgronden biedt broed- en voedselgelegenheid aan soorten die in Nederland erg achteruit zijn gegaan, zoals veldleeuwerik en  patrijs. Ook bijvoorbeeld adder, ringslang, paapje, geelgors, nachtzwaluw, steenuil, ree en das vinden hier een plek. Helemaal in het westen, ten zuiden en westen van het Hullenzand ligt straks een nat en weinig  toegankelijk gebied waar misschien de Kraanvogel gaat  broeden.

Ter hoogte van de Verlengde Middenraai lag vroeger hoogveen. In dit nu lager gelegen gebied ontwikkelen Waterschap en Natuurmonumenten grenzend aan het Mantingerzand een zone waar water wordt vastgehouden. Waterafvoer vindt trapsgewijs plaats. Vanuit deze zone wordt ter hoogte van het Mekelermeer de natuurverbinding met Boswachterij Gees en het Geeserstroomgebied gelegd. Op termijn kunnen dieren, ook grote grazers, vrij bewegen in het hele gebied van het Hullenzand in het westen tot de Koemarsen in de bovenloop van de Geeserstroom in het oosten, hemelsbreed ruim zeven kilometer. Het nieuw in te richten gebied van de Verlengde Middenraai wordt tijdelijk als apart onderdeel beheerd om te voorkomen dat het snel dicht groeit met wilgen.

Bewoners en bezoekers kunnen dit afwisselende landschap in al z’n facetten ervaren. Het gebied is straks zo groot dat het zich prima leent voor complete dagtochten of weekenden. Mensen kunnen het gebied te voet, te paard of met de fiets ontdekken. De dorpen bieden horeca, overnachtingsgelegenheid en informatie aan de bezoekers. Het gebied heeft een heel eigen kwaliteit door de historie die zich weerspiegelt in het afwisselende landschap. In de cultuurlandschappen rond de dorpen liggen tal van onverharde wandelpaden. Zo ook op de heide van het Mantingerveld, al is de dichtheid aan paden daar lager. In delen van het Mantingerveld mag wie dat wil ook buiten de paden lopen. Gaande via de Verlengde Middenraai naar het oosten betreedt de bezoeker rond de Geeserstroom een landschap waar de natuur helemaal haar eigen gang gaat.

Bij deze visie hoort een concreet uitvoeringsprogramma. Dat programma wordt de komende jaren verder ingevuld en uitgevoerd. Ook daarbij zoekt Natuurmonumenten samenwerking met de streek. Belangrijke zaken die Natuurmonumenten de komende jaren wil realiseren zijn:

·         Inrichting watergangen Mantingerbos en –weiden: vasthouden water

·         Aanplant en spontane ontwikkeling van nieuw bos om de oude boskernen van de Broekstreek te versterken

·         Start van akkerrand beheer op de Mantingeres, in samenwerking met de lokale boeren

·         Door grondruil, aankoop of aanpassing landgebruik verhogen van waterpeilen in het gebied van de Poelen (oosten van de Heiweg) voor het herstel van de bovenloop van het Oude Diep

·         Samen met particuliere eigenaren maken van een plan voor inrichting, beheer en teelten voor het Landarbeiderswetgebied bij Nieuw-Balinge.

·         Verder ontwikkelen van een netwerk aan kleine en grote wandelroutes, van een ommetje tot een expeditie.

·         Aankoop en inrichting (inclusief stoppen afwatering) van de laatste gronden op het Mantingerveld

·         Geleidelijke omvorming van bloksgewijze beweiding op het Mantingerveld naar natuurlijke begrazing met kuddes vrij levende runderen. Koppelen van de deelgebieden van het Mantingerveld en het verwijderen van de tussenrasters. Locale wegen blijven bestaan, maar gaan onderdeel uitmaken van het begraasde gebied.

·         De Hoogeveenseweg blijft liggen. De doorsnijdende werking van de weg wordt verminderd door aanleg van twee grote natuurbruggen, passeerbaar voor water, kleine en grote dieren.

·         Inrichting Verlengde Middenraai om water langer vast te houden, overgangsbeheer met beweiding totdat het gebied gekoppeld kan worden met de natuurlijke begrazing van het Mantingerveld

·         Overgangsbeheer met beweiding (schapen of runderen) van het jeneverbesstruweel van het Mantingerveld. Wanneer Mantingerveld en de Verlengde Middenraai een eenheid vormen zal ook dit deelgebied gekoppeld worden aan de integrale begrazing.

·         Terugdringen van de Amerikaanse Vogelkers

 

6       Visie: van nu tot 2030

 

6.1    Een ruime blik op de omgeving
Deze visie kijkt over de grenzen van het bestaande natuurgebied en over de grenzen van Plan Goudplevier heen. We kijken in vogelvlucht naar een groter gebied dan ooit in beheer komt bij Natuurmonumenten. Met kennis van de ontstaansgeschiedenis, van de sturende processen en van de ideeën uit de streek maken we keuzes voor de toekomst. Plan Goudplevier greep terug op de grote open heide van weleer, omringd door bos om de natuur te beschermen tegen schadelijke invloeden van buiten. Nu zoeken we juist de relatie met de omgeving.

Er is geen weg terug naar het verleden. Er zijn onomkeerbare veranderingen opgetreden. Het landbouwsysteem dat het vroegere esdorpenlandschap vormde bestaat niet meer. De maatschappelijke functie van het gebied is een andere geworden: ontspanning voor mensen, ruimte voor natuur en vasthouden van water zijn belangrijker geworden, naast een blijvende rol voor de voedselproductie. Welke processen vormen in de toekomst het landschap en hoe sturen mensen, hoe stuurt Natuurmonumenten daar in?

De relaties met de omringende landbouwgronden, de dorpen en andere natuurgebieden bepalen mede de keuzes voor de natuurgebieden van natuurmonumenten. Aan de noord- en westkant liggen de oude cultuurlandschappen van het Scharreveld en de Eekmaten en het jongere ontginningslandschap van landgoed Vossenberg. Aan de zuidwestkant liggen jonge ontginningsbossen die overgaan in het beekdal van het Oude Diep. Niet alleen buiten de invloedsfeer van Natuurmonumenten is een rijke cultuurhistorie te vinden. Ook het Mantingerbos en –weidengebied ademt historie: graslanden, elzensingels en de oude boskernen waar sinds de prehistorie bos heeft gestaan. Aan de zuidoostkant van het Mantingerveld ligt het Landarbeiderswetgebied, een jong cultuurlandschap met een bijzondere geschiedenis.

Toch is niet alles in het landschap een weerklank van het verleden. Als tegenwicht ligt in het oosten boswachterij Gees. Hier heeft Staatsbosbeheer gekozen voor een nagenoeg natuurlijke ontwikkeling met een hoofdrol voor het water in het beekdal van de Geeserstroom. Hier groeit  een nieuwe wildernis met minimale sturende invloed van mensen.

Een groot gedeelte van het visiegebied, het Mantingerveld, ligt tussen deze ‘nieuwe wildernis’ aan de ene kant en de rijke cultuurhistorie aan de andere kant. Het Mantingerveld zelf is volop in ontwikkeling. Oude heide- en stuifzandkernen worden aaneengesloten via nieuw ingerichte gebieden waar de ontwikkeling opnieuw start. Dit gebied ontleent zijn identiteit nu vooral aan de dynamische ontwikkeling: er gebeurt veel met het landschap in een korte periode. Na de ontginning en de ruilverkaveling vormt de natuurontwikkeling al weer een nieuwe laag in de landschapsgeschiedenis.

6.2    Mogelijkheden om sturende processen ruimte te geven
Natuurlijke processen hebben in samenspel met mensen het landschap gevormd zoals dat er nu ligt. Gaandeweg is de sturende rol van mensen groter geworden en die van natuurlijke dynamiek kleiner.  Voor het maken van keuzes is het goed om te weten welke ruimte er is om natuurlijke processen te activeren.

·         Waterstroming: natuurlijke inzijging, kwel en afstroming van water laten verlopen waar dat kan. Er zijn mogelijkheden om de ontwatering van Mantingerbos en –weiden  te verminderen. Met een verdergaande inrichting van het Mantingerveld kan hier meer water worden vastgehouden dat in de bodem kan inzijgen. In de Middenraai liggen mogelijkheden voor peilverhoging waarmee de verdroging van de oostrand van het Mantingerveld vermindert. Toch zal het visiegebied als geheel te maken blijven houden met een lager waterpeil en versnelde afvoer van water vanwege de belangen van de landbouw.

·         Veenvorming: in geïsoleerde laagtes kunnen zich plaatselijk hoogveentjes ontwikkelen. In de Middenraai en de verbindingszone naar Gees kan laagveen tot ontwikkeling komen. Van grootschalige hoogveenontwikkeling zal geen sprake zijn, daarvoor is het gebied te sterk veranderd.

·         Bosvorming: dit is een proces dat in principe overal in het gebied kan verlopen waar het beheer en gebruik stoppen. Het is dus niet de vraag waar dit proces ruimte kan krijgen, maar meer waar we die ruimte willen geven. 

·         Herbivorie: dieren die planten eten hun ecologische rol laten vervullen. Grote en kleine grazers hebben een belangrijke structurerende rol in het landschap. Plaatselijk kan door vraat het landschap open blijven. Ook als zich bos ontwikkelt zal dat met invloed van grazers een ander bos zijn dan zonder. De invloed van planteneters kan betrekking hebben op wilde dieren (konijn, ree, mogelijk in de toekomst spontane vestiging van wild zwijn en/of edelhert ). Het kan gaan om semi-wilde dieren: zelfredzame grazers zoals die in sommige natuurgebieden leven als vervangers van uitgestorven  soorten als oerrund en tarpan. Het kan ook gaan om landbouwhuisdieren van allerlei soorten en rassen: heideschapen, koeien, paarden.

 

6.3    De sturende rol van mensen

De recente geschiedenis van het gebied is de afgelopen jaren een inspiratiebron geweest bij de inrichting. De kaarten uit de 19e eeuw tonen een groots open heidelandschap met kleinschalige beekdalen met hooiland en bos. Dit landschap kende een grote menselijke invloed, er werd veel arbeid verricht door tal van kleine boeren. Het was een gebied arm aan voedingsstoffen en rijk aan soorten die tegenwoordig zeldzaam zijn. Dit landschap kan niet volledig hersteld worden.

In Mantingerbos en –weiden treffen we een gelaagd landschap aan, met veel (oer)oude elementen. Een landschap dat gewaardeerd wordt door mensen en waar veel bijzondere soorten voorkomen. Het Mantingerveld geeft een beeld van een nieuw landschap met enkele oude elementen daar binnen. Veel van de historische kenmerken zijn oppervlakkig uitgegumd in het Mantingerveld. De ontwikkeling lijkt in de nieuw ingerichte delen als het ware opnieuw te beginnen.

De beelden van het landschap van vóór de vervening en ontginning kennen we niet goed van dit gebied. Ook die situatie kan nooit meer terugkeren. Wel is uit andere gebieden en landen bekend welke processen hier werkzaam waren, hoe het landschap er uit moet hebben gezien en welke soorten je daar kunt verwachten. Hoogteverschillen, waterstroming en de interactie tussen planten en planteneters bepalen dan het landschap. In zo’n landschap speelt bosontwikkeling een belangrijke rol, zowel op natte als op droge plaatsen. Wilde grazers in natuurlijke dichtheden zullen het landschap niet helemaal open houden. Habitats als stuifzand en heide zullen onder ‘natuurlijke’ omstandigheden minder voorkomen, bossen, struwelen  en zomen juist meer.

Er ligt een wereld van nuances tussen deze twee uitersten, tussen het beheerste cultuurlandschap en de ongeremde wildernis. Een situatie waarin natuurlijke processen wel meer ruimte krijgen, maar waarin de beheerder bijstuurt, bijvoorbeeld in waterpeilen en aantallen grazers. De keuze is niet zwart-wit, er is eerder sprake van een gradiënt in sturende invloed van mensen. Net zoals er gradiënten zijn tussen nat en droog, hoog en laag, voedselarm en voedselrijk.

Natuurmonumenten heeft te maken met de doelen van Natura 2000, met beperkingen vanuit andere belangen en met eerder aangegane verplichtingen. Dat betekent in elk geval dat er een flink areaal droge en natte heide in een overwegend open landschap voorkomt, met plaatselijk stuifzand en heischraal grasland. Cultuurhistorisch bijzondere gebieden blijven bewaard, met name dicht bij de dorpen, zoals het Landarbeiderswetgebied.

De basisgedachte van deze natuurvisie is  een gradiënt in de sturende rol van mensen in het landschap. Rond de dorpen een landschap beheerd door mensenhand: Mantingerbos en –weiden, de essen, het Landarbeiderswetgebied. Op grotere afstand van de bewoning een terugtrekkende rol van de mens. Hier kan de natuur zich steeds meer zelf vormen. Een minder sturende rol van de beheerder wordt mogelijk door het natuurgebied als meer aaneengesloten geheel in te richten. Dan kan water worden vastgehouden en kunnen grazers hun eigen weg zoeken. De beheerder zal zich niet helemaal uit dit gebied terugtrekken. Hoe het landschap eruit gaat zien ligt vooraf niet helemaal vast. Er blijft ruimte om je te laten verbazen.


Fig *: Luchtfoto van het visiegebied. In de blauwe cirkels gebieden met een zichtbare cultuurhistorie. In geel het gebied van het Mantingerveld, volop in ontwikkeling, met daarin de cultuurhistorie van het Landarbeiderswetgebied. In groen de Boswachterij Gees waar een koers is ingezet naar een ontwikkeling met weinig sturende invloed van mensen

6.4    Totaalbeeld visiegebied

Het geschetste beeld is de uitkomst van een proces waarbij Natuurmonumenten samen met de omgeving is gaan praten, schetsen en tekenen. Op grond van wat in die uitwisseling van wensen en ideeën naar voren is gekomen is deze visie gemaakt. Een beeld dat niet zomaar realiteit is, maar dat we tussen 2020 en 2030 willen bereiken. Deze visie geeft geen statisch eindbeeld, maar wil vooral een beeld geven van een zich constant ontwikkelend gebied dat natuur en mensen samen vorm geven.

In het hele visiegebied van Mantingerveld en Mantingerbos en –weiden zal een landschap ontwikkeld worden van zandgronden en beekdalen, met daarin van noord naar zuid een gradiënt van afnemende sturende menselijke invloed. Een gradiënt zowel in de tijd als in geografische ligging. Een afwisselend landschap waar in het noorden een sterke binding is met het verleden en waar in het zuiden meer nadruk ligt op spontane ontwikkeling van natuur, zonder de sturing helemaal los te laten. Deze gradiënt sluit logisch aan bij de omgeving. In het noorden sluit het cultuurlandschap van Mantingerbos en –weiden aan bij de Vossenberg en het Scharreveld. In het zuidoosten wordt een verbinding gelegd met de wildernis-in-ontwikkeling in Boswachterij Gees. Een bijzondere plek in dit geheel neemt Nieuw-Balinge met het Landarbeiderswetgebied in. Ooit begonnen als nederzetting van pioniers in een onherbergzaam hoogveenlandschap wordt Nieuw-Balinge nu een kern van cultuurhistorie en ontginningsgeschiedenis in een natuurlandschap in ontwikkeling. Het Landarbeiderswetgebied en het her in te richten munitiecomplex versterken het contrast.

Toevoegen Tijdsbalk onstaansgeschiedenis omgeving èzie pdf bestand

Toevoegen kaart historische elementen

Mantingerbos & -weiden
Het gebied van Mantingerbos en –weiden ligt in de directe omgeving van de oude dorpen van de Broekstreek: Mantinge, Balinge, Garminge en Bruntinge. Dit is een oud cultuurlandschap, waarvan de landschappelijke en ecologische kwaliteiten door ontginning en ruilverkaveling grotendeels zijn vervaagd.

De voormalige bovenlopen van het Oude Diep worden zoveel mogelijk hersteld door laagtes in het landschap te volgen. Loskoppeling van landbouwwater en natuurwater zal worden voortgezet. Gebiedseigen water wordt langer vastgehouden door diepe doorgaande watergangen te dempen. Hierdoor zal het gebied in zijn geheel natter worden en zal kwelwater meer in het maaiveld komen. Water wordt langer vastgehouden en geleidelijker afgegeven. Piekafvoeren zullen daarmee lager worden, extreme droogte wordt beter opgevangen. Meer kwelwater zal een positieve invloed hebben op de beekdalvegetaties, waardoor er bijvoorbeeld natte, schrale hooilanden met dotterbloemen en orchideeën zullen ontstaan.

Het oude landschapsbeeld met graslanden, elzensingels en boskernen wordt versterkt. Nieuwe elzensingels worden aangeplant om de oude kavelverdeling weer zichtbaar te maken. De oude markegrens wordt zichtbaar gemaakt door markante bomen aan te planten of vrij te stellen. Bos krijgt in dit gebied een wat groter aandeel, zowel door aanplant als door spontane vestiging. Op de hogere zandruggen is ruimte voor streekeigen (deels verdwenen) soorten als zomereik, winterlinde, hazelaar, gewone vogelkers, zoete kers, fladderiep, kardinaalsmuts etc. Op de hoogste droge plekken soorten als beuk en hulst. Op de overgangen naar de lager gelegen delen kunnen spontaan elzen opslaan.  Figuur * geeft een schets van het toekomstbeeld.  Via een brede wegbeplanting langs het Binnenveld kan de uitwisseling van soorten met de geïsoleerde boskern van het Bruntingerbos en met de nieuw aangeplante bosjes in het Bruntinger Binnenveld versterkt worden. Agrarisch natuurbeheer (akkerranden) draagt hier bij aan een cultuurlandschap met een rijke natuur.

Figuur *:Voorlopige schets op hoofdlijnen voor inrichting Mantingerbos& -weiden.

 

Natuurmonumenten en de agrarische natuurvereniging zullen de inrichting van het natuurgebied en het agrarisch natuurbeheer op elkaar afstemmen, waardoor deze gronden elkaar versterken.

Het grasland tussen de elzensingels zal vooral worden gehooid maar op de hogere delen en flanken van het beekdal kan beweiding plaatsvinden. Dit waar mogelijk met oud hollandse runderrassen als blaarkop e.d.. Lokale ondernemers krijgen de ruimte om mee te beheren. Percelen waar bosontwikkeling gewenst is krijgen een zeer extensieve beweiding waardoor bomen kunnen opslaan of worden uitgerasterd en met bos beplant met de daar thuishorende soorten.

Op termijn kan van de nieuw aangeplante of spontaan opgeslagen bossen, gebruik gemaakt worden door er bomen voor lokaal gebruik uit te kappen. Deze lichte menselijke invloed kan bijdragen aan het behoudt van typische bossoorten. In de bestaande bossen Mantingerbos, Thijnsbos en Noordlagerbos zal geen houtoogst plaatsvinden om de ongestoorde ontwikkeling van de laatste vijftig jaar niet te doorbreken.

Onderhoud van de elzensingels vindt plaats in overleg en samenwerking met de dorpen in de Broekstreek. Uitgangspunt bij het beheer blijft het duurzaam voortbestaan van singels van diverse leeftijden en de ecologische kwaliteit van de singels. Eventuele houtoogst is plezierig, maar een bijkomstigheid.

De ontsluiting van de Mantingerweiden zal voor wandelaars uit de directe omgeving vergroot worden door de aanleg van smalle paadjes en planken over slootjes langs perceelsgrenzen. De bestaande bosgebieden blijven `padloos’. In overleg met de bewoners wordt hiervoor een voorstel gemaakt.

Zo ontstaat een rijk kleinschalig en gevarieerd cultuurlandschap, vol met overgangen en een hoge biodiversiteit. Typische bossoorten krijgen een versterking van hun leefgebied. Natuurmonumenten beheert het gebied samen met de betrokken bewoners van de Broekstreek. Mantinge doet dienst als toegangspoort naar het gebied, maar de dorpen Balinge en Garminge zijn minstens zo betrokken.

 

Mantinger Es en verbindingszone Mantingerbos & -weiden naar Mantingerzand

De Ekkelkampen en de Voorste Es vormen de verbinding van het Mantingerbos en –weiden naar het Mantingerzand. Tussen de Voorste Knijpe en de Ekkelkampen kan langs de es een strook ontstaan met bosjes, struweelranden, ruigte en kleine akkers. Deze sluiten aan op de akkerpercelen van de es, waar de agrarische natuurvereniging met aangepast beheer de natuurwaarde van de es zal vergroten. Samen met lokale boeren en de agrarische natuurvereniging wil Natuurmonumenten bekijken welke vormen van agrarisch natuurbeheer aan de randen van de es plaats kunnen vinden. Dit biedt mogelijkheden voor soorten als patrijs, geelgors, roodborsttapuit en veldleeuwerik. De lagere delen zullen natter zijn en aansluiten op de bovenloop van het Oude Diep. De drogere delen kunnen als flora- en fauna-akker worden ingericht. Overgangen tussen bos, akker, grasland kunnen als ruigtestrook ruimte bieden aan vogels en vele insectensoorten. Tevens is dit een strook voor de verschillende dieren die tussen het Mantingerzand en de Mantingerweiden heen en weer willen trekken (das, ringslang).

Aan de oostrand van de Voorste Es lag één van de bovenlopen van het Oude Diep

in een gebied dat vroeger De Poelen heette. Hier komt kwelwater aan de oppervlakte, wat zich nog altijd toont in roestverschijnselen en rietgroei in de sloten. Het gebied oostelijk van de Heirweg heeft het patroon van een jonge veldontginning. Het grondeigendom is hier nu versnipperd en het landgebruik bestaat uit akkerbouw. In dit gebied liggen zowel kansen voor soortenrijke graslanden als bos of natte heide. Uitgangspunt is dat in dit gebied het kwelwater ten goede kan komen aan de voeding van het Oude Diep. Natuurmonumenten wil dit gebied graag als één geheel beheren, zeker vanuit hydrologisch oogpunt. Eigendom bij Natuurmonumenten, of in ieder geval medewerking van andere eigenaren, aan verder vernatting is hierbij noodzakelijk. In de streek leeft de wens om de oude verkavelingpatronen zichtbaar te houden en het landschap open te houden. Een nat open graslandgebied van hooi- en weiland, met daarin een laagte die aansluit op het Oude Diep zou hiervoor een optie zijn. Natuurmonumenten bekijkt in overleg met de eigenaren en gebruikers welke mogelijkheden er op korte termijn zijn om een stap richting dit toekomstbeeld te zetten.

 

Landarbeiderswetgebied

 (kaartje toevoegen)

Vanuit Nieuw-Balinge leiden de Haarweg en de Koolveenweg naar het Landarbeiderswetgebied. Een van origine kleinschalig gebied met nu een mengeling van private gronden en gronden van Natuurmonumenten. Dit gebied vormt zowel historisch als nu de overgang van de bebouwde omgeving naar de ‘grote stille heide’. Deze overgang wordt versterkt door de inrichting van het gebied. Natuurmonumenten wil samen met de particuliere eigenaren een plan maken voor inrichting en gebruik om het unieke kleinschalige karakter van het Landarbeiderswetgebied te versterken. Op sommige particuliere gronden vindt al een vorm van agrarisch natuurbeheer plaats in de vorm van akkers en weiden. Gronden van Natuurmonumenten zullen kleinschalig worden ingericht voor teelt van landbouwgewassen als zomer- en wintergranen, boekweit, etc.. Er wordt nadrukkelijk gekeken naar gewassen die aanvullend zijn op het gebruik door particulieren, om een gevarieerd geheel te krijgen. Aan de west- en zuidzijde zal deze overgang grenzen aan de nieuw ontstane heide, die ter weerszijde van de Hoogeveenseweg ontstaat. Er kan een prachtig landschap ontstaan voor soorten als patrijs, geelgors, steenuil , kerkuil en veldleeuwerik. Het gebied wordt dooraderd door smalle, onverharde voetpaden. Vanuit het plan  “Veuruitzicht” zijn al twee ommetjes door het gebied aangelegd. Nieuwe voetpaden zullen hier op aansluiten. Ten zuiden van de Haarweg kunnen een zevental nieuwe woningen worden gebouwd.  Bij het ontwerp van de woningen en de inrichting van de kavels zal nadrukkelijk ingespeeld worden op de ligging aan de rand van het natuurgebied.

 

Mantingerveld met Hullenzand, Lentsche Veen, Martensplek en Mantingerzand

(kaartje toevoegen: met indicatie waar openveld en waar ruimte voor beweging)

In het Mantingerveld ligt de overgang van het cultuurlandschap richting ongestuurde natuur. Elementen uit beide systemen komen hier samen. Op lange termijn bepalen natuurlijke processen in grote lijnen hoe het landschap zich vormt, maar de beheerder houdt de vinger aan de pols en stuurt bij waar nodig. Hoogteverschillen, droge en natte voedselarme omstandigheden, neerslag en verdamping en uitspoeling richting de bovenloop van het Oude Diep vormen de belangrijkste natuurlijke kenmerken van het systeem. Gebiedseigen water wordt zo lang mogelijk vastgehouden. Bovenop deze abiotische kenmerken spelen semiwild levende grazers (runderen, mogelijk ook paarden) een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een gevarieerd heidelandschap. Natuurlijke begrazing draagt bij aan een rijk en gevarieerd landschap (zie bijlage ?: natuurlijke begrazing).

Door de invloed van natuurlijke processen en menselijk ingrepen ontstaat een half open heide landschap. Niet vooraf precies op kaart getekend en vastgelegd, maar wel met voldoende aandacht voor instandhoudingsdoelen, zoals heidevegetaties en heischraal grasland. De ontwikkeling van het gebied wordt niet helemaal aan de elementen en grazers overgelaten. Een zekere openheid van het heidelandschap is zowel  vanuit de omgeving als vanuit de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gewenst. Variatie in structuur – afwisseling tussen open zand, jonge, korte heidevegetatie en stukken met oude heidestruiken – is gewenst vanuit de rijkdom aan soorten. Ook de ontwikkeling van enig bos en struweel draagt bij aan de beleving en de rijkdom aan soorten. Bosontwikkeling die een bedreiging vormt voor restpopulaties van bedreigde soorten is niet gewenst. Door bedreigde soorten constant te monitoren wordt een vinger aan de pols gehouden. Wanneer soorten in het geding lijken te komen wordt plaatselijk ingegrepen om de openheid te herstellen of voedselarme omstandigheden te creëren.

Het jeneverbesstruweel zal op de lange termijn opgaan in het aaneengesloten heidelandschap en waar mogelijk zullen er plaatselijk nieuwe jeneverbessen opslaan. In het begin zullen we de vitaliteit van het struweel vergroten door kleinschalige ingrepen als kappen van opslag, dunning en plaggen. Extensieve begrazing in een aparte begrazingseenheid met daarvoor geschikte runderen of schapen zorgt voor korte vegetaties. Op lange termijn zal het gebied toegevoegd worden aan het integraal begraasde heidegebied.

Verlengde Middenraai

Aan de andere kant van de waterscheiding, in het oosten, stroomt het water richting het zuiden.  Water is ook hier leidend zijn voor  de gebiedsontwikkeling. Een hogere grondwaterstand helpt tegen de verdroging in het aangrenzende Mantingerveld en kan tot verbetering van de kwaliteit van de vochtige heidevegetaties leiden. Een gradiënt van droog in het noorden naar steeds natter in het zuiden zorgt voor een geleidelijke overgang met verschillen in begroeiing. In tegenstelling tot de voedselarme heide is het gebied van de Verlengde Middenraai voedselrijk en dat zal nog lange tijd zo blijven. Afgraven van de bouwvoor is niet gewenst, omdat daarmee de hoogteverschillen met het Mantingerveld verder zouden toenemen, met verdroging in het Mantingerzand tot gevolg. Beginnend vanaf de heide ontstaan voedselrijke natte graslanden, zeggenvegetaties, natte rietlanden en open water.  Hiermee wordt het gebied onder andere aantrekkelijk voor libellen en voor insectenjagende soorten als zwaluwen en verschillende soorten vleermuizen. Drempels in het tracé, nieuwe slenken, van noord naar zuid zorgen ervoor dat water  zo lang mogelijk wordt vastgehouden. Lokaal kunnen wilgen opslaan, maar de wens is om het landschap open te houden en om het zicht op de rand van het Mantingerzand te behouden. Door het gebied vanaf de inrichting direct te beweiden wordt de groei van wilgen beperkt. Vooral in de wintermaanden zal het gebied, onder invloed van natuurlijke waterdynamiek, plasdras zijn. Daar waar nodig kan aanvullend beheer plaatsvinden om de openheid te bewaren. Het open water in het zuiden watert via een drempel uiteindelijk af in het kanaal van de Verlengde Middenraai.

De eerste jaren wordt het gebied als aparte eenheid beweid. Op termijn wordt het onderdeel van één groot gebied met vrij rondtrekkende dieren. Er kan natuurlijke trek ontstaan bij de grazers, waarbij ze in de zomer het voedselrijk gebied zullen begrazen. Wanneer dit in de winter te nat wordt gaan de dieren naar de heide. Een dam met duiker in de Verlengde Middenraai zorgt voor uitwisseling van dieren tussen boswachterij Gees, via de Middenraai met het Mantingerveld.  In de Verlengde Middenraai (gemeentelijke weg) wordt een bocht aangelegd zodat de weg om de dam heen wordt geleid. Onder de weg door worden faunapassages aangelegd voor kleinere diersoorten. Wildroosters zorgen dat de weg ‘overgraasbaar’ is. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer stemmen hun beheer af: welke soorten, rassen en aantallen grote grazers kunnen er leven?

Door in het zuiden het landschap open te houden ontstaat er een open  zone van minmaal honderd meter die voorkomt dat muggen massaal het dorp bereiken. Er zullen maatregelen genomen worden om het dorp en de huizen langs de Middenraai droog te houden.

Vanuit de lokale gemeenschap is de wens uitgesproken om in dit gebied een begraafplaats aan te leggen. De mogelijkheid hiertoe wordt onderzocht. Grenzend aan het dorp worden natuurbelevingmogelijkheden gecreëerd, bijvoorbeeld een ‘waterpad’ of waterspeelplaats.

Kader: Masterplan Nieuw-Balinge

Natuurmonumenten werkt samen met de provincie Drenthe, de gemeente Midden Drenthe, Plaatselijk Belang en de Dienst Landelijk Gebied aan het Masterplan Nieuw-Balinge. Dit plan behelst een integrale gebiedsontwikkeling rondom Nieuw-Balinge, waarbij de leefbaarheid wordt vergroot, de Ecologische Hoofdstuctuur (EHS) wordt gerealiseerd en het Munitie en Mobilisatiecomplex een nieuwe functie krijgt. Concreet zijn de volgende projecten voorzien:

Munitiecomplex

Het munitiecomplex Nieuw-Balinge is afgestoten door Defensie en verkocht aan Natuurmonumenten. Natuurmonumenten geeft een initiatiefgroep de mogelijkheid om een museale bestemming (Joodse werkkampen, Militair erfgoed, Koude oorlog) te realiseren. Mocht dit niet lukken dan zal het complex worden ingericht als natuurgebied.

Realisatie EHS

In het kader van de EHS-realisatie zijn ten zuidwesten en oosten van Nieuw-Balinge gronden verworven om ingericht  te worden als natuurgebied. Dit zal de komende jaren uitgevoerd worden. Tevens wordt in dit kader de ecologische verbinding met de boswachterij Gees gerealiseerd.

Woningbouw Meeuwenweg-Landarbeiderswetgebied

Ten zuiden van de Haarweg, tussen Meeuwenweg en Hullenzandweg, zal in een voormalig stuk EHS een zevental woonlocaties worden gerealiseerd. Hiermee krijgt het dorp een afronding aan de westzijde. In het kader van deze functieverandering vindt een herbegrenzing van de EHS plaats in het gebied de Poelen.

Sloop agrarische bebouwing Verlengde Middenraai

Aan de Verlengde Middenraai worden overbodige agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt na  een bedrijfsverplaatsing van een melkveebedrijf.

Brijstroeken

Door het verdwijnen van de oorspronkelijke functie van het munitiecomplex kan het recreatieterrein de Brijstroeken een woonfunctie krijgen.


 

 

 

September 2025

Een man komt met z’n zoon van elf naar buiten gewandeld uit het dorpshuis. Vanmorgen zijn ze vroeg vertrokken uit Amersfoort om samen het Mantingerveld te verkennen. Vanaf de afslag bij Hoogeveen volgden ze borden naar het dorpshuis van Nieuw-Balinge, waar je bij het infopunt van Natuurmonumenten informatie over het gebied kunt ophalen en in je mobiele computer kunt laden. Koffie en koek hebben ze er natuurlijk ook. Samen gaan ze op  pad voor een flinke wandeling.

Vanuit het dorp lopen ze het smalle paadje op dat de man die de koffie bracht had aangewezen.  Buiten het dorp liggen kleine akkertjes. Hier wat boekweit, rogge en dan weer iets wat op een grote volkstuin lijkt. Geen hekken of borden. Plots vliegen een paar patrijzen op uit een veldje met tarwe, drie geelgorzen vliegen over. Het wordt steeds stiller en de heide aan de horizon lonkt.

Op de heide zelf lijkt het wel of ze op vakantie in Scandinavië zijn. Een groep kraanvogels vliegt over onderweg naar het zuiden. Een adder ligt zich op te warmen midden op het zand. Een boomvalk verschalkt boven de hei een libel. De heide hier is anders dan ze gewend zijn van andere tochten in Drenthe. Ook wel mooi paars en met een wijds uitzicht. Maar zo nu en dan staat er een bosje, ligt er een vennetje en moet je uitkijken geen natte voeten te krijgen. Dan weer een kop los droog zand. Allerlei bloemen en bijen, zweefvliegen…genoeg om je over te verwonderen als je goed kijkt. Je mag hier vrij rondstruinen met je GPS. Daar loopt een grote groep…., tja wat zijn het eigenlijk? Wilde runderen? Een stier staat te pronken en neemt een grote heidestruik op de horens, flink wat zand opwerpend. Het ziet er indrukwekkend uit. Het beest keurt de wandelaars geen blik waardig.

Ze buigen af naar het noorden. Het landschap wordt droger en dichter met  open zand en steeds meer jeneverbessen. Aan de rand lopen ze door een bos van oude kromme eiken die uitnodigen om in te klimmen. Maar er is nog zo veel te ontdekken dat ze toch door lopen, een veerooster over. Onderweg hebben ze verder geen hekken gezien, al zal er toch wel een geweest zijn.

Weer verandert het landschap. De eigenaar van een kleine camping wijst  hen op het landschap tussen de dorpen hier, dat  hij de Broekstreek noemt.  Over een wandelpad langs de rand van een bolle akker lopen ze naar Mantinge. Op het veld scharrelen allerlei vogels: gorzen, piepers, leeuweriken. Waar het weer natter wordt, niet ver van het dorp, zien ze een vogel op een paaltje zitten: paapje!

Na een tosti in de nazomerzon hebben ze nog tijd om een rondje rond het dorp te lopen. Weer zo’n verrassend klein paadje het dorp uit. Het Mantingerbos met zijn oude eiken en grote, donkere hulststruiken maakt indruk. Ondanks het naderende najaar staan er nog bloemen in bloei. In een kleine weide staat een groepje koeien rustig te herkauwen. In de volgende weide springen twee reeën weg. In de berm zien ze de sporen van een das. Die heeft vast zijn burcht ergens in het geheimzinnige bos. Het lijkt wel of het in dit gebied al eeuwen zo gaat als nu op deze middag.

Vanuit Mantinge kunnen ze met een kleine streekbus terug naar Nieuw-Balinge, want de vermoeidheid slaat toe. Voor ze de terugreis aanvaarden stoppen ze nog bij het Joods oorlogsmuseum. Vroeger, in de tijd van de Koude Oorlog, lag hier een munitiedepot. Ook voor dit stukje geschiedenis is een goede nieuwe bestemming gevonden.

 

7       Van visie tot werkelijkheid

7.1    Route van 2011 naar het eindbeeld

Zoals eerder geschetst vormt het Mantingerveld samen met het gebied langs de Verlengde Middenraai en Boswachterij Gees in de toekomst één grote eenheid. Daaromheen liggen gebieden waar het historische, natuurrijke cultuurlandschap wordt versterkt. Zo ver is het nog niet. Verschillende deelgebieden zullen een verschillende ontwikkeling doormaken.

Voor het hele gebied probeert Natuurmonumenten door aankoop of ruiling de ontbrekende percelen, die nu de verdere inrichting  belemmeren, te verwerven. Als dat niet mogelijk is zal gekeken worden hoe in overleg met de eigenaar er alternatieven te vinden zijn.

In het kader van de beheerplannen Natura 2000 zijn diverse maatregelen voorgesteld om de hydrologie van het gebied te verbeteren. Natuurmonumenten zal samen met het waterschap en de provincie het initiatief nemen om de voorstellen verder uit te werken en uit te voeren. Ook de mogelijkheden voor combinaties van natuurontwikkeling en waterberging langs de Verlengde Middenraai worden hierin betrokken. Koppelen van de gebieden aan weerszijden van de Hoogeveenseweg heeft zowel voor de hydrologie als voor de fauna een hoge prioriteit.

Mantingerbos & -weiden

Vernatting van het gebied die in gang is gezet wordt voortgezet. In samenwerking met het waterschap kijkt Natuurmonumenten welke sloten kunnen worden gedempt zonder dat bewoners en boeren daar overlast van ondervinden. Oorspronkelijke hoogteverschillen worden opgezocht en hersteld, doorgegraven zandruggen worden weer aaneengesloten. Op daartoe geschikte locaties zal er wat bos bijkomen. Grenzend aan Mantinge zal het cultuurlandschap versterkt worden door de aanplant van elzensingels. Een aanzet voor deze herinrichting is eind 2011 van start gaan.

Als gebied met een rijke cultuurhistorie is steeds overleg met de dorpen nodig om deze cultuur levende te houden. Met de mensen uit de Broekstreek heeft al een verkenning van mogelijke plekken voor bosuitbreiding plaatsgevonden. Samen wordt gezocht naar lokaal plantmateriaal om in de regio op te kweken. Regelmatig gaan Natuurmonumenten en de mensen uit de Broekstreek bij elkaar aan tafel zitten om het beheer en gebruik van het Mantingerbos en –weiden te bespreken. Jaarlijks onderhoud van de elzensingels zal op basis van het te maken onderhoudsplan zo veel mogelijk in samenwerking met de bevolking plaatsvinden. Met grondeigenaren vindt overleg plaats om de laatste regulier gebruikte agrarische percelen te verwerven of een natuurfunctie te geven. Daarna zullen de laatste drainerende sloten en nog niet ingerichte percelen aangepakt worden.

Nadat de hydrologische herstelmaatregelen uitgevoerd zijn, deels in 2012 en deels later, wordt gekeken in hoeverre de graslanden in het vervolgbeheer gehooid worden en waar (na)beweiding mogelijk is. Daarbij gebruiken we zoveel mogelijk vee van lokale mensen.

Mantinger Es en verbindingszone Mantingerzand, Mantingerbos & -weiden

Samen met de agrarische natuurvereniging heeft een verkenning plaatsgevonden van de mogelijkheden van agrarisch natuurbeheer op de es. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om elkaar te versterken. Zowel vanuit Natuurmonumenten als de omgeving is aangeven dat men liever geen maïs tot aan de rand van de es ziet. Akkerrandenbeheer lijkt goede kansen te bieden als vorm van agrarisch natuurbeheer waarvoor vergoedingen vanuit de Provincie beschikbaar zijn. Natuurmonumenten gaat haar akkers op de Mantinger Es in kleinere percelen opdelen en, naast winterrogge, zomergranen verbouwen. Van de grotere variatie in gewassen zullen akkervogels profiteren.

Verwerving van de ontbrekende percelen in De Poelen en langs de Heirweg heeft prioriteit. Met name in De Poelen kan na verwerving de hydrologie verbeterd worden door sloten te dempen en te verondiepen en een slenk te graven die aantakt op de bovenloop van het Oude Diep. Langs de Heirweg kan, na het aflopen van bestaande afspraken met boeren, al binnen enkele jaren een extensiever akker- en grasland beheer starten. Wanneer mogelijk wordt hier een wandelverbinding tussen Mantingerweiden en -veld aangelegd.

Met de gemeente vind overleg plaats om de oversteek van dieren (adder, ringslang, ree, das) over de Mantingerdijk veiliger te maken op basis van een reeds bestaand plan.

Mantingerveld

Natuurmonumenten wil de laatste agrarisch gebruikte percelen verwerven, zodat deze ingericht kunnen worden en de hydrologie kan worden hersteld. Het gaat om een drietal percelen die hiervoor cruciaal zijn.

De komende jaren wordt de inrichting van de gebieden langs de Verlengde Middenraai en aan de westzijde van Nieuw-Balinge (Koolveen en Landarbeiderswetgebied) af gerond. Dit is wel sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van de schaarse middelen door recente bezuinigingen[1].

Op lange termijn zal het hele Mantingerveld inclusief het Mantingerzand, Hullenzand, Balingerzand, Martensplek en het Lentsche veen samen met de gebieden van Staatsbosbeheer bij Gees één grote begrazingseenheid vormen. Zover is het nog niet. Het gebied is nu nog verdeeld in meerdere begrazingseenheden.  Door de grootste eenheden te koppelen, kan een start worden gemaakt met de omvorming van het begrazingsbeheer. Kuddes worden geleidelijk omgevormd tot sociale kuddes en er wordt een keuze voor de in te zetten rassen gemaakt[2].  Met name aan de westkant van de Hoogeveense Weg kan al op korte termijn één grote begrazingseenheid worden ingericht.

Nadat de Hoogeveenseweg passeerbaar is gemaakt voor de grazers, worden de eenheden voor de grote grazers aan de oost- en westzijde van de weg aaneengekoppeld. Kleinere wegen (Koolveenweg, Haarweg, Hullenzandweg) worden, indien mogelijk (financiën, vergunningen) al op korte termijn middels wildroosters overgraasbaar gemaakt. Wegen blijven openbaar en toegankelijk voor lokaal verkeer.

In de overgangsfase en mogelijk nog geruime tijd na inrichting van percelen zijn maatregelen nodig om bosontwikkeling te remmen, vooral in de nieuw ingerichte delen. Maatregelen bestaan uit bomen trekken/zagen (zwaar werk) en tijdelijk intensiever begrazen met zowel runderen als schapen. Lokale ondernemers worden hierbij betrokken. Maatregelen als plaggen en branden zijn effectief tegen verbossing, maar voorkómen dat er een oudere, structuurrijke heide met een humuslaag kan ontstaan. Deze maatregelen worden hoogstens toegepast op plekken die minder belangrijk zijn voor de fauna (slangen en hagedissen) en waar goede kansen liggen voor stuifzand en schraal grasland (buntgras). De vennen en veentjes worden of handmatig of door begrazing vrijgehouden van te veel bosopslag.

Begrazing van de Verlengde Middenraai

Koppeling van de integrale begrazing van het Mantingerveld  met de ingerichte Verlengde Middenraai is op korte termijn niet mogelijk. Als voedselrijk gebied zal het een grote aantrekkingkracht uitoefenen op de grazers waardoor de dieren massaal weg zouden trekken van de heide naar dit kleine voedselrijke, natte gebied. Pas wanneer er één grote begrazingseenheid is gevormd op het Mantingerveld, is  er een groot genoeg tegenwicht t.o.v. de voedselrijke Middenraai. Omdat de Middenraai ’s winters plas dras staat zal hier voorlopig ‘s zomers beweid worden met vee van lokale ondernemers. Waar nodig moet aanvullend beheer wilgenopslag tegengaan.

Begrazing van het Mantingerzand

Een groot deel van het jeneverbesstruweel zal extensief begraasd worden met daarvoor geschikt vee (runderen, schapen, pony’s, geen Schotse Hooglanders). Hierbij worden nauwkeurig de effecten op de jeneverbessen in de gaten gehouden, om schade te voorkomen. Op korte termijn zal het raster rond de Achterste Kniepe aangepast worden voor deze begrazing. Daarnaast zal hier kleinschalig geplagd blijven worden en wordt opslag verwijderd om het struweel zo lang mogelijk in stand te houden. Dit tot de koppeling aan de integrale begrazing op de langere termijn. Het gebied blijft vrij toegankelijk.

Bosbeheer rondom Nieuw-Balinge

De vooral uit uitheemse soorten bestaande bossen buiten de begrazingsgebieden aan de zuidzijde van het Mantingerveld zullen geleidelijk worden omgevormd naar meer natuurlijk bossen met inheemse soorten. Japanse lariks en douglas worden verwijderd, de Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers zullen terrein moeten inleveren. Dit door kleinschalige kap en dunningen, waarbij inheemse soorten als eik, beuk en berk bevoordeeld worden. Opslag van uitheemse soorten wordt zoveel mogelijk verwijderd. Op middellange termijn worden deze bossen aan het begrazingsgebied toegevoegd. Natuurmonumenten laat door de Bosgroep Noord-Oost Nederland een uitvoeringsplan voor de periode 2012-2017 opstellen.

De in de natuurontwikkeling aangeplante jonge bossen zullen na inleidend beheer (dunning, mozaïekkap) aan het begrazingsgebied worden toegevoegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de afspraken met subsidiënten uit het verleden. Grote voedselrijke delen bos worden pas na verloop van tijd aan het begrazingsgebied toegevoegd. Wanneer deze te snel zouden worden toegevoegd kan de graasdruk op de hei te laag wordt.

Amerikaanse vogelkers

Vooral in het Mantingerveld vormt uitbreiding van Amerikaanse vogelkers een probleem. Op de relatief voedselarme bodem van bosjes, heide en singels breidt deze soort zich snel uit. Rondom de ijsbaan van Nieuw-Balinge (Achterste Veld) vormt deze ontwikkeling een bedreiging voor de heide en het stuifzand en daarmee voor het leefgebied van zeldzame vlindersoorten als kommavlinder en heivlinder. Handmatig of mechanisch bestrijden zonder gebruik van gifstoffen biedt helaas onvoldoende soelaas. Begrazing met runderen blijkt, door ervaringen uit het verleden, wel een goede bijdrage te leveren, maar is niet overal toepasbaar. Met name ten Noorden van Nieuw-Balinge richting het hondenlosloopgebied en de IJsbaan, is begrazing vanuit de bevolking niet gewenst. Natuurmonumenten gaat hier de komende jaren aan de slag om samen met vrijwilligers het heide- en bosgebied vrij van vogelkers te maken. Indien dit na enkele jaren haalbaar en betaalbaar blijkt, zal deze aanpak worden uitgebreid. Hierbij hebben open vegetaties, als heide en stuifzand prioriteit.

Munitiedepot

Kaart toevoegen

In 2012 ligt er een definitief plan voor de inrichting van het munitiedepot Nieuw-Balinge. Natuurmonumenten werkt mee aan een museale functie, maar zal er ook voor zorgen dat natuurwaarden gehandhaafd of vergroot worden. Dit, o.a. door de inrichting van een vleermuiskelder. Mocht de museale inrichting niet haalbaar zijn, dan zal het complex als natuurgebied ingericht worden, waarbij de bovengrondse opslagplaatsen gesloopt worden.

 

7.2    Recreatieve beleving en infrastructuur

De natuurgebieden en het omliggende agrarisch gebied in de Broekstreek en Nieuw-Balinge kunnen op allerlei manieren worden beleefd. Deze visie is niet alleen gericht op ‘natuur’, maar ook op vergroting van de belevingswaarde van zowel de gronden van Natuurmonumenten als de omliggende gebieden in samenhang.

 Vanuit de omgeving bestaat de wens van ‘low profile’ recreatie, met name in de Broekstreek. Wel toegankelijk, niet te veel toeters en bellen. Daarnaast wil Natuurmonumenten vanuit haar eigen positionering het gebied goed beleefbaar maken voor bezoekers en natuurliefhebbers uit de regio en voor mensen die specifiek geïnteresseerd zijn in natuurontwikkeling. Een goede zonering is daarvoor gewenst. De zonering uit het `Plan Natuurrecreatie Mantingerveld’ van bureau  Katalysator uit 2001 voldoet in grote lijnen. Het huidige padennetwerk en de spreiding van de parkeerplaatsen over het gebied volstaat, maar er ontbreken binnen de gewenste zonering wel enkele doorsteken en verbindingen.

Een betere wegbewijzering richting de parkeerplaats De Stienkamp vanaf de drukke parkeerplaats bij het Mantingerzand is gewenst. Zowel door de Broekstreek als in het Landarbeiderswetgebied zijn vanuit particulier initiatief lokale ommetjes aangelegd; korte wandelroutes op onverharde paden om de omgeving in alle rust te kunnen ervaren.

De dorpen Mantinge en Nieuw-Balinge, de parkeerplaats aan de Mantingerdijk, en in de toekomst mogelijk het Munitiedepot, dienen als toegangspoorten tot het gebied. Mantinge vooral richting het cultuurlandschap van de Broekstreek en het Mantingerbos en -weiden. Mantingerdijk blijft voorzien in de toegang tot het jeneverbesstruweel. In het dorpshuis van Nieuw-Balinge staat een permanente tentoonstelling van Natuurmonumenten over de natuurontwikkelingen op het Mantingerveld. Van hieruit lopen verschillende wandelroutes het gebied in en vinden georganiseerde excursies plaats. Een museale inrichting van het voormalige munitiecomplex sluit hier goed bij aan. De bewegwijzering vanaf de Verlengde Middenraai en de Hoogeveenseweg wordt verbeterd om recreanten naar de toegangspoorten te verwijzen.

Paden en struinen

De huidige padenstructuur voldoet aan de wensen vanuit de streek. Tussen de Broekstreek en Mantingerzand en tussen Nieuw-Balinge en boswachterij Gees ontbreken aantrekkelijke verbindingen. Hiervoor maakt Natuurmonumenten met de bewoners verdere plannen.

Doordat het Mantingerveld doorsneden wordt door de Hoogeveenseweg is aan de westkant als vanzelf een rustiger gebied ontstaan. Dit wordt verder versterkt door het verwijderen van de parkeerplaats aan de Hoogeveenseweg, mede uit oogpunt van de verkeersveiligheid. Over het Mantingerveld mag  je, buiten de rustgebieden (met name ten westen van de Hoogeveenseweg), behalve op de paden ook vrij struinen. Het bestaande minder-validen pad door het jeneverbesstruweel in het Mantingerzand blijft bestaan. De vergrijzing zal de behoefte aan voorzieningen die ook met rollator goed begaanbaar zijn doen toenemen. In de Mantingerweiden en de nieuw te ontwikkelen bosjes worden met wat simpele voorzieningen de wandelmogelijkheden vergroot. De kern van het Mantingerbos blijft voor publiek gesloten.

Kaart Ruud scannen &invoegen

Ruiter- en menroutes

Er bestaat een groeiende behoefte aan ruiterpaden en menroutes. Deze routes zijn nu reeds in het gebied aanwezig maar ze liggen niet op de goede plekken en zijn door beperkt gebruik in verval geraakt. Samen met de bevolking zal Natuurmonumenten in de toekomst de mogelijkheden voor paardrijden en mennen opnieuw invulling geven. Daarbij wordt ook gekeken of er in het begraasde gebied paarden worden geïntroduceerd, omdat dat conflicteert met paardensport.

Hondenlosloopgebied

Het hondenlosloopgebied ligt ten noorden van Nieuw-Balinge. Het gebied wordt veel gebruikt vanuit de omgeving. Vanuit het oogpunt van het beheer zou hier begrazing wenselijk zijn om uitbreiding van de Amerikaanse vogelkers te lijf te gaan. Begrazing gaat niet samen met loslopende honden. Natuurmonumenten gaat hier de komende jaren aan de slag om samen met vrijwilligers van o.a. de IJsbaanvereniging het heide- en bosgebied vrij van vogelkers te maken.

Locale wegen toegankelijk

Het Mantingerveld wordt doorsneden door tal van (soms oude) paden en wegen. Een deel daarvan is openbaar en wordt ook door auto’s gebruikt. Deze wegen hebben vaak geen ontsluitingsfunctie meer, maar worden door de lokale bevolking wel gebruikt. Voor de natuur zijn deze wegen nadelig omdat ze waterstromen doorsnijden en een barrière vormen voor vele soorten dieren, zoals adder en ringslang. Het streven is om de wegen wel toegankelijk te houden, maar de invloed op het natuurgebied te verminderen door bermsloten te dempen, het wegdek faunavriendelijker te maken en wegen overgraasbaar te maken voor grote grazers. Zulke maatregelen zullen ook een snelheidsremmend effect hebben, waardoor deze wegen ook voor fietsers en wandelaars aantrekkelijker worden. (zie kaart)

Het verlengde van de Haarweg ten westen van de  Hoogeveenseweg is een restant van een oude zandweg tussen Mantinge en Hoogeveen. Deze weg met historische betekenis blijft bestaan. Ook hier worden de negatieve effecten op het omringende natuurgebied verminderd. De weg wordt met veeroosters overgraasbaar gemaakt en blijft openbaar, tenzij hiervoor langs de golfbaan, aansluitend op de Hoogeveenseweg een goed alternatief gerealiseerd kan worden.  Waar mogelijk worden bermsloten gedempt.

Hetzelfde geldt voor verschillende andere kleinere deels onverharde wegen in het gebied, zoals de Koolveen en Hullenzandweg. Er bestaat een groeiend risico op verkeersslachtoffers (met name onder reptielen en amfibieën) op deze wegen, zelfs bij een weinig frequent gebruik. Natuurmonumenten zet een monitoring op voor wegslachtoffers. Als er plekken aan het licht komen waar veel slachtoffers vallen, dan moet daar een oplossing voor gevonden worden (bijv. faunapassage en snelheidsverlagende maatregelen).

Hoogeveenseweg

Natuurmonumenten streeft niet langer naar verlegging van de Hoogeveenseweg. Vanuit de dorpen gezien is deze weg de verkeersader naar de wijde omgeving en opheffen of verleggen verplaatst de problemen. De weg blijft is wel een enorme doorsnijding van het natuurgebied. Het is van groot belang dat er twee forse ecologische passages worden gerealiseerd, zodat het hele gebied van Mantingerveld en Boswachterij Gees zowel hydrologisch als voor fauna (incl. grote grazers) als één eenheid kan functioneren en ook zo kan worden beleefd door bezoekers.

Bij de provincie zal Natuurmonumenten aandringen op een goed bermbeheer, waarbij het bermmaaisel wordt afgevoerd. Door verschraling ontstaan bloemrijke bermen, die in het voedselarme heidegebied een belangrijke nectarbron kunnen vormen voor de talrijke vlindersoorten. 

Verlengde Middenraai

De weg  en het kanaal van de Verlengde Middenraai worden passeerbaar gemaakt over een lengte van 100 tot 200 meter. In het kanaal wordt een forse dam met duiker aangelegd die zorgt voor uitwisseling van (grote) dieren met boswachterij Gees. Een bocht in de weg ter hoogte van deze dam zorgt ervoor dat verkeer word vertraagd en biedt de mogelijkheid om onder de weg door passages aan te leggen voor kleinere diersoorten. Wildroosters aan het begin en eind van de verbindingszone werken tevens als verkeersvertragende barrière. Een rubberen aansluiting tussen de roosters en het beton vermindert geluidsoverlast.

7.3    Communicatie

De afgelopen jaren heeft Natuurmonumenten geïnvesteerd in een goede relatie met de mensen rondom het Mantingerveld, Mantingerbos & -weiden. De totstandkoming van deze visie was daar een stap in. De komende jaren gaat Natuurmonumenten door op de ingeslagen weg. Delen van het gebied zullen in nauw overleg met de bevolking ingericht worden. Natuurmonumenten onderhoudt de contacten, ook als er geen projecten of plannen aan de orde zijn. Bij grote veranderingen nodigt Natuurmonumenten mensen uit om mee te denken in een (tijdeljke) klankbordgroep. Vanuit deze visie vragen in de nabije toekomst o.a. herinrichting en faunapassages rondom de Hoogeveenseweg, de huidige en toekomstige inrichtingswerkzaamheden, ontwikkeling  en inrichting van de Middenraai en de toekomst plannen rondom het voormalig Munitiedepot de aandacht.

Het dorpshuis in Nieuw-Balinge blijft dienst doen als bezoekerscentrum. Dit is ook het startpunt voor verschillende excursies (op aanvraag) richting het Mantingerveld. Mogelijk krijgt het voormalig munitiedepot in de toekomst een museale functie. Panelen[3] en bebording zijn inmiddels aangepast aan de vernieuwde huisstijl van Natuurmonumenten. Hetzelfde geldt voor de informatiefolders. Geleidelijk zullen conventionele informatiemiddelen, zoals informatiepanelen, en meer moderne vormen  worden geïntegreerd. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan de inzet van meer flexibele middelen, gekoppeld aan het internet, zoals QR-codes[4].  In de landelijke communicatie wordt gepresenteerd als het voorbeeld van natuurontwikkeling, dit via de eigen website en via vakbladen.

8       Tot slot

Natuurmonumenten wil met deze visie een richting aangeven voor de ontwikkeling van dit gebied. De visie en de daar voor benodigde maatregelen kan en wil Natuurmonumenten niet alléén realiseren. Overleg en samenwerking met het Waterschap is nodig, o.a. bij inrichting van de Middenraai en de bovenloop van het Oude Diep. Met Staatsbosbeheer zal besproken worden hoe begrazing van het Mantingerveld kan aansluiten bij begrazing in Boswachterij Gees. Met de gemeente is overleg nodig, o.a. over de inrichting van de Verlengde Middenraai. Samen met de provincie wordt beoordeeld of de Natura 2000 doelen met deze visie gewaarborgd worden.

Bovenal wil Natuurmonumenten de verdere ontwikkeling van dit gebied samen met de bewoners vorm geven. Daarom is de visie niet tot in detail ingevuld. De details vullen beheerder en bewoners gaandeweg samen in. We hopen wel van harte dat de hoofdlijnen die in deze visie staan aansluiten bij de verwachtingen in de streek.
 

[1] Bezuinigingen op het ILG-budget (Investering Landelijk Gebied)

[2] Dit in overleg met Staatsbosbeheer met het oog op toekomstig koppeling met Boswachterij Gees

[3] Informatiepanelen zijn te vinden bij de parkeerplaatsen van de Mantingerdijk, Stienkamp, bij de Vossenheugte en bij de Plaggenhut.

[4] QR-code is een soort barcode die met een smartphone gescand kan worden en die direct doorverwijst naar een website.