|
MANTINGERVELD, MANTINGERBOS EN –WEIDEN
visie voor een landschap in voortgaande
verandering
De komende jaren werkt Natuurmonumenten
samen met bewoners, andere terreinbeheerders
en overheden verder aan de ontwikkeling van
een samenhangend landschap in het gebied van
het Mantingerveld en het Mantingerbos en
–weiden in Zuid Drenthe. Een landschap waar
enerzijds de historie beleefbaar is en waar
anderzijds ruimte is voor natuur die zich
zelf vormt. Een landschap waar mensen welkom
zijn. Het gebied is nu bekend door de
prachtige jeneverbesstruwelen en
heidevelden. De oude boskernen in
Mantingerbos en –weiden zijn uniek. In het
noorden van het gebied ontspringt de beek
het Oude Diep.
Begin jaren negentig lagen in het
Mantingerveld verschillende kleine
natuurreservaten. Deze reservaten hadden
sterk te lijden van verdroging en vermesting
en ze waren te klein voor gezonde populaties
van planten en dieren. Natuurmonumenten zag
geen kans om de bijzondere natuur hier in
stand te houden, tenzij de gebieden tot één
geheel zouden kunnen uitgroeien.
Natuurmonumenten verraste de streek in 1991
met het Plan Goudplevier. Dit plan voorzag
in aankoop en omvorming van landbouwgrond
tot heide. Nu ruim 20 jaar later veel
gronden zijn gekocht en ingericht bestaat er
behoefte aan een ruime visie op het beheer.
Anders dan in de jaren negentig heeft
Natuurmonumenten nu eerst het overleg met de
bewoners van het gebied gezocht. Door
rekening te houden met verwachtingen en
ideeën van mensen in het gebied kan zich een
gebied ontwikkelen waar de bewoners en
Natuurmonumenten samen aan werken en trots
op zijn.
In deze visie is het water als basis
genomen: de samenhang tussen gebieden waar
water inzijgt en gebieden waar grondwater
aan de oppervlakte komt. Er is gekeken naar
de relatie met andere natuurgebieden, zoals
de Boswachterij Gees, en naar de relatie met
landbouwgronden grenzend aan de
natuurgebieden. De visie houdt rekening met
de grote en deels onomkeerbare
veranderingen in het gebied.. Het is niet
mogelijk om heide en hoogveen die er 150
geleden waren te laten herrijzen. Het gebied
is droger geworden. Het hoogveen is
afgegraven en de grondwaterstanden in het
gebied zijn verlaagd door ruilverkavelingen
en inrichting als landbouwgebied. Het gebied
is blijvend voedselrijker geworden door de
aanvoer van meststoffen, ook via de
atmosfeer. Het gebruik dat mensen van het
gebied maken verandert. Vroeger verdiende
bijna iedereen in de streek zijn brood met
het boerenbedrijf. Nu zijn er enkele grote
moderne boerenbedrijven. Andere bewoners
werken in de steden in de omgeving en
genieten van een mooie omgeving om in te
wonen en te ontspannen.
Natuurmonumenten wil verder bouwen op wat er
nu al is in het gebied. Het landschap laat
vanaf de dorpen een afnemende menselijke
sturing zien. Die geleidelijke overgang kan
sterker tot uitdrukking komen in het
landschap. In de omgeving van de dorpen zien
we een door mensenhand gevormd landschap
waar natuur en cultuur hand in hand gaan. Op
wat grotere afstand van de dorpen vormen
water, wind, grote grazers en plantengroei
het landschap, soms tijdelijk bijgestuurd
door beheer om het landschap open te houden.
Water vormt de sleutel voor de ontwikkeling.
Door water vast te houden ontstaat er meer
natte heide en worden het beekdal en de
beekloopjes beter gevoed met grond- en
kwelwater.
In Mantingerbos en –weiden herleeft het
kleinschalige landschap van de Broekstreek
met de bovenlopen van het Oude Diep.
Kleinschalige bosontwikkeling versterkt de
bestaande oude boskernen van het
Mantingerbos. Naast deze kleine bosgebieden
zijn er vochtige hooilanden en weides met
vee. Nieuwe elzensingels worden aangeplant
en periodiek afgezet om de oude
kavelverdeling zichtbaar te maken.
De Mantingeres vormt de verbinding tussen
het Mantingerbos en –weiden en het
Mantingerveld. Langs de oostrand van de es
ontstaat een natte verbindingszone die het
mogelijk maakt dat dieren van het ene naar
het andere gebied kunnen komen. Agrarisch
natuurbeheer op de randen van de es zorgt
voor een geleidelijke overgang richting de
dorpen.
Het Landarbeiderswetgebied bij Nieuwe
Balinge wordt zichtbaarder in het landschap.
Oude vormen van extensieve kleinschalige
landbouw krijgen hier opnieuw een plaats.
Samen met de particuliere eigenaren werkt
Natuurmonumenten deze richting verder uit.
Het Mantingerveld ontwikkelt zich tot een
groots heidelandschap met natte en droge
heide, stuifzand, heischrale graslanden en
voedselarme vennen. Door de combinatie van
de oude heide- en stuifzandrelicten en de
nieuw ingerichte natuurgebieden ontstaat een
heel afwisselend heidelandschap zoals we dat
nu nauwelijks kennen, met ruimte voor
allerlei planten en dieren. Er is ook ruimte
voor bos en struweel. Natuurlijk het
jeneverbesstruweel, maar ook spontane
ontwikkeling van nieuw struweel en bos,
waarbij het beheer er voor zorgt dat het
landschap overwegend open blijft.
Het beheer van het Mantingerveld is minder
precies gestuurd dan in de
cultuurlandschappen. Natuurlijke processen
krijgen ruimte om het landschap te vormen en
mensen te verwonderen. Natuurlijke begrazing
met kuddes vrij levende runderen is hier een
belangrijke factor. De verschillende losse
begrazingseenheden worden stap voor stap
aaneen gesmeed tot een geheel. Waar de
dieren precies grazen bepalen ze zelf. Om al
te sterke bosopslag te vermijden is in de
nieuw ingerichte natuurgebieden een tijd
lang aanvullend beheer nodig, zoals het
trekken van jonge bomen en eventueel
aanvullend begrazen met schapen.
De combinatie van grootschalige natte en
droge heide met het kleinschalige
Landarbeiderswetgebied en agrarisch
natuurbeheer op de aangrenzende
landbouwgronden biedt broed- en
voedselgelegenheid aan soorten die in
Nederland erg achteruit zijn gegaan, zoals
veldleeuwerik en patrijs. Ook bijvoorbeeld
adder, ringslang, paapje, geelgors,
nachtzwaluw, steenuil, ree en das vinden
hier een plek. Helemaal in het westen, ten
zuiden en westen van het Hullenzand ligt
straks een nat en weinig toegankelijk
gebied waar misschien de Kraanvogel gaat
broeden.
Ter hoogte van de Verlengde Middenraai lag
vroeger hoogveen. In dit nu lager gelegen
gebied ontwikkelen Waterschap en
Natuurmonumenten grenzend aan het
Mantingerzand een zone waar water wordt
vastgehouden. Waterafvoer vindt trapsgewijs
plaats. Vanuit deze zone wordt ter hoogte
van het Mekelermeer de natuurverbinding met
Boswachterij Gees en het Geeserstroomgebied
gelegd. Op termijn kunnen dieren, ook grote
grazers, vrij bewegen in het hele gebied van
het Hullenzand in het westen tot de
Koemarsen in de bovenloop van de
Geeserstroom in het oosten, hemelsbreed ruim
zeven kilometer. Het nieuw in te richten
gebied van de Verlengde Middenraai wordt
tijdelijk als apart onderdeel beheerd om te
voorkomen dat het snel dicht groeit met
wilgen.
Bewoners en bezoekers kunnen dit
afwisselende landschap in al z’n facetten
ervaren. Het gebied is straks zo groot dat
het zich prima leent voor complete
dagtochten of weekenden. Mensen kunnen het
gebied te voet, te paard of met de fiets
ontdekken. De dorpen bieden horeca,
overnachtingsgelegenheid en informatie aan
de bezoekers. Het gebied heeft een heel
eigen kwaliteit door de historie die zich
weerspiegelt in het afwisselende landschap.
In de cultuurlandschappen rond de dorpen
liggen tal van onverharde wandelpaden. Zo
ook op de heide van het Mantingerveld, al is
de dichtheid aan paden daar lager. In delen
van het Mantingerveld mag wie dat wil ook
buiten de paden lopen. Gaande via de
Verlengde Middenraai naar het oosten
betreedt de bezoeker rond de Geeserstroom
een landschap waar de natuur helemaal haar
eigen gang gaat.
Bij deze visie hoort een concreet
uitvoeringsprogramma. Dat programma wordt de
komende jaren verder ingevuld en uitgevoerd.
Ook daarbij zoekt Natuurmonumenten
samenwerking met de streek. Belangrijke
zaken die Natuurmonumenten de komende jaren
wil realiseren zijn:
·
Inrichting watergangen Mantingerbos en
–weiden: vasthouden water
·
Aanplant en spontane ontwikkeling van nieuw
bos om de oude boskernen van de Broekstreek
te versterken
·
Start van akkerrand beheer op de Mantingeres,
in samenwerking met de lokale boeren
·
Door grondruil, aankoop of aanpassing
landgebruik verhogen van waterpeilen in het
gebied van de Poelen (oosten van de Heiweg)
voor het herstel van de bovenloop van het
Oude Diep
·
Samen met particuliere eigenaren maken van
een plan voor inrichting, beheer en teelten
voor het Landarbeiderswetgebied bij
Nieuw-Balinge.
·
Verder ontwikkelen van een netwerk aan
kleine en grote wandelroutes, van een
ommetje tot een expeditie.
·
Aankoop en inrichting (inclusief stoppen
afwatering) van de laatste gronden op het
Mantingerveld
·
Geleidelijke omvorming van bloksgewijze
beweiding op het Mantingerveld naar
natuurlijke begrazing met kuddes vrij
levende runderen. Koppelen van de
deelgebieden van het Mantingerveld en het
verwijderen van de tussenrasters. Locale
wegen blijven bestaan, maar gaan onderdeel
uitmaken van het begraasde gebied.
·
De Hoogeveenseweg blijft liggen. De
doorsnijdende werking van de weg wordt
verminderd door aanleg van twee grote
natuurbruggen, passeerbaar voor water,
kleine en grote dieren.
·
Inrichting Verlengde Middenraai om water
langer vast te houden, overgangsbeheer met
beweiding totdat het gebied gekoppeld kan
worden met de natuurlijke begrazing van het
Mantingerveld
·
Overgangsbeheer met beweiding (schapen of
runderen) van het jeneverbesstruweel van het
Mantingerveld. Wanneer Mantingerveld en de
Verlengde Middenraai een eenheid vormen zal
ook dit deelgebied gekoppeld worden aan de
integrale begrazing.
·
Terugdringen van de Amerikaanse Vogelkers
6.1 Een ruime blik op de omgeving
Deze visie kijkt over de grenzen van het
bestaande natuurgebied en over de grenzen
van Plan Goudplevier heen. We kijken in
vogelvlucht naar een groter gebied dan ooit
in beheer komt bij Natuurmonumenten. Met
kennis van de ontstaansgeschiedenis, van de
sturende processen en van de ideeën uit de
streek maken we keuzes voor de toekomst.
Plan Goudplevier greep terug op de grote
open heide van weleer, omringd door bos om
de natuur te beschermen tegen schadelijke
invloeden van buiten. Nu zoeken we juist de
relatie met de omgeving.
Er is geen weg terug naar het verleden. Er
zijn onomkeerbare veranderingen opgetreden.
Het landbouwsysteem dat het vroegere
esdorpenlandschap vormde bestaat niet meer.
De maatschappelijke functie van het gebied
is een andere geworden: ontspanning voor
mensen, ruimte voor natuur en vasthouden van
water zijn belangrijker geworden, naast een
blijvende rol voor de voedselproductie.
Welke processen vormen in de toekomst het
landschap en hoe sturen mensen, hoe stuurt
Natuurmonumenten daar in?
De relaties met de omringende
landbouwgronden, de dorpen en andere
natuurgebieden bepalen mede de keuzes voor
de natuurgebieden van natuurmonumenten. Aan
de noord- en westkant liggen de oude
cultuurlandschappen van het Scharreveld en
de Eekmaten en het jongere
ontginningslandschap van landgoed
Vossenberg. Aan de zuidwestkant liggen jonge
ontginningsbossen die overgaan in het
beekdal van het Oude Diep. Niet alleen
buiten de invloedsfeer van Natuurmonumenten
is een rijke cultuurhistorie te vinden. Ook
het Mantingerbos en –weidengebied ademt
historie: graslanden, elzensingels en de
oude boskernen waar sinds de prehistorie bos
heeft gestaan. Aan de zuidoostkant van het
Mantingerveld ligt het
Landarbeiderswetgebied, een jong
cultuurlandschap met een bijzondere
geschiedenis.
Toch is niet alles in het landschap een
weerklank van het verleden. Als tegenwicht
ligt in het oosten boswachterij Gees. Hier
heeft Staatsbosbeheer gekozen voor een
nagenoeg natuurlijke ontwikkeling met een
hoofdrol voor het water in het beekdal van
de Geeserstroom. Hier groeit een nieuwe
wildernis met minimale sturende invloed van
mensen.
Een groot gedeelte van het visiegebied, het
Mantingerveld, ligt tussen deze ‘nieuwe
wildernis’ aan de ene kant en de rijke
cultuurhistorie aan de andere kant. Het
Mantingerveld zelf is volop in ontwikkeling.
Oude heide- en stuifzandkernen worden
aaneengesloten via nieuw ingerichte gebieden
waar de ontwikkeling opnieuw start. Dit
gebied ontleent zijn identiteit nu vooral
aan de dynamische ontwikkeling: er gebeurt
veel met het landschap in een korte periode.
Na de ontginning en de ruilverkaveling vormt
de natuurontwikkeling al weer een nieuwe
laag in de landschapsgeschiedenis.
6.2 Mogelijkheden om sturende processen
ruimte te geven
Natuurlijke processen hebben in samenspel
met mensen het landschap gevormd zoals dat
er nu ligt. Gaandeweg is de sturende rol van
mensen groter geworden en die van
natuurlijke dynamiek kleiner. Voor het
maken van keuzes is het goed om te weten
welke ruimte er is om natuurlijke processen
te activeren.
·
Waterstroming:
natuurlijke inzijging, kwel en afstroming
van water laten verlopen waar dat kan. Er
zijn mogelijkheden om de ontwatering van
Mantingerbos en –weiden te verminderen. Met
een verdergaande inrichting van het
Mantingerveld kan hier meer water worden
vastgehouden dat in de bodem kan inzijgen.
In de Middenraai liggen mogelijkheden voor
peilverhoging waarmee de verdroging van de
oostrand van het Mantingerveld vermindert.
Toch zal het visiegebied als geheel te maken
blijven houden met een lager waterpeil en
versnelde afvoer van water vanwege de
belangen van de landbouw.
·
Veenvorming:
in geïsoleerde laagtes kunnen zich
plaatselijk hoogveentjes ontwikkelen. In de
Middenraai en de verbindingszone naar Gees
kan laagveen tot ontwikkeling komen. Van
grootschalige hoogveenontwikkeling zal geen
sprake zijn, daarvoor is het gebied te sterk
veranderd.
·
Bosvorming:
dit is een proces dat in principe overal in
het gebied kan verlopen waar het beheer en
gebruik stoppen. Het is dus niet de vraag
waar dit proces ruimte kan krijgen, maar
meer waar we die ruimte willen geven.
·
Herbivorie:
dieren die planten eten hun ecologische rol
laten vervullen. Grote en kleine grazers
hebben een belangrijke structurerende rol in
het landschap. Plaatselijk kan door vraat
het landschap open blijven. Ook als zich bos
ontwikkelt zal dat met invloed van grazers
een ander bos zijn dan zonder. De invloed
van planteneters kan betrekking hebben op
wilde dieren (konijn, ree, mogelijk in de
toekomst spontane vestiging van wild zwijn
en/of edelhert ). Het kan gaan om semi-wilde
dieren: zelfredzame grazers zoals die in
sommige natuurgebieden leven als vervangers
van uitgestorven soorten als oerrund en
tarpan. Het kan ook gaan om
landbouwhuisdieren van allerlei soorten en
rassen: heideschapen, koeien, paarden.
De recente geschiedenis van het gebied is de
afgelopen jaren een inspiratiebron geweest
bij de inrichting. De kaarten uit de 19e
eeuw tonen een groots open heidelandschap
met kleinschalige beekdalen met hooiland en
bos. Dit landschap kende een grote
menselijke invloed, er werd veel arbeid
verricht door tal van kleine boeren. Het was
een gebied arm aan voedingsstoffen en rijk
aan soorten die tegenwoordig zeldzaam zijn.
Dit landschap kan niet volledig hersteld
worden.
In Mantingerbos en –weiden treffen we een
gelaagd landschap aan, met veel (oer)oude
elementen. Een landschap dat gewaardeerd
wordt door mensen en waar veel bijzondere
soorten voorkomen. Het Mantingerveld geeft
een beeld van een nieuw landschap met enkele
oude elementen daar binnen. Veel van de
historische kenmerken zijn oppervlakkig
uitgegumd in het Mantingerveld. De
ontwikkeling lijkt in de nieuw ingerichte
delen als het ware opnieuw te beginnen.
De beelden van het landschap van vóór de
vervening en ontginning kennen we niet goed
van dit gebied. Ook die situatie kan nooit
meer terugkeren. Wel is uit andere gebieden
en landen bekend welke processen hier
werkzaam waren, hoe het landschap er uit
moet hebben gezien en welke soorten je daar
kunt verwachten. Hoogteverschillen,
waterstroming en de interactie tussen
planten en planteneters bepalen dan het
landschap. In zo’n landschap speelt
bosontwikkeling een belangrijke rol, zowel
op natte als op droge plaatsen. Wilde
grazers in natuurlijke dichtheden zullen het
landschap niet helemaal open houden.
Habitats als stuifzand en heide zullen onder
‘natuurlijke’ omstandigheden minder
voorkomen, bossen, struwelen en zomen juist
meer.
Er ligt een wereld van nuances tussen deze
twee uitersten, tussen het beheerste
cultuurlandschap en de ongeremde wildernis.
Een situatie waarin natuurlijke processen
wel meer ruimte krijgen, maar waarin de
beheerder bijstuurt, bijvoorbeeld in
waterpeilen en aantallen grazers. De keuze
is niet zwart-wit, er is eerder sprake van
een gradiënt in sturende invloed van mensen.
Net zoals er gradiënten zijn tussen nat en
droog, hoog en laag, voedselarm en
voedselrijk.
Natuurmonumenten heeft te maken met de
doelen van Natura 2000, met beperkingen
vanuit andere belangen en met eerder
aangegane verplichtingen. Dat betekent in
elk geval dat er een flink areaal droge en
natte heide in een overwegend open landschap
voorkomt, met plaatselijk stuifzand en
heischraal grasland. Cultuurhistorisch
bijzondere gebieden blijven bewaard, met
name dicht bij de dorpen, zoals het
Landarbeiderswetgebied.
De basisgedachte van deze natuurvisie
is een gradiënt in de sturende rol van
mensen in het landschap. Rond de dorpen
een landschap beheerd door mensenhand:
Mantingerbos en –weiden, de essen, het
Landarbeiderswetgebied. Op grotere
afstand van de bewoning een
terugtrekkende rol van de mens. Hier kan
de natuur zich steeds meer zelf vormen.
Een minder sturende rol van de beheerder
wordt mogelijk door het natuurgebied als
meer aaneengesloten geheel in te
richten. Dan kan water worden
vastgehouden en kunnen grazers hun eigen
weg zoeken. De beheerder zal zich niet
helemaal uit dit gebied terugtrekken.
Hoe het landschap eruit gaat zien ligt
vooraf niet helemaal vast. Er blijft
ruimte om je te laten verbazen.

Fig *:
Luchtfoto van het visiegebied. In de
blauwe cirkels gebieden met een zichtbare
cultuurhistorie. In geel het gebied van het
Mantingerveld, volop in ontwikkeling, met
daarin de cultuurhistorie van het
Landarbeiderswetgebied. In groen de
Boswachterij Gees waar een koers is ingezet
naar een ontwikkeling met weinig sturende
invloed van mensen
Het geschetste beeld is de uitkomst van een
proces waarbij Natuurmonumenten samen met de
omgeving is gaan praten, schetsen en
tekenen. Op grond van wat in die
uitwisseling van wensen en ideeën naar voren
is gekomen is deze visie gemaakt. Een beeld
dat niet zomaar realiteit is, maar dat we
tussen 2020 en 2030 willen bereiken. Deze
visie geeft geen statisch eindbeeld, maar
wil vooral een beeld geven van een zich
constant ontwikkelend gebied dat natuur en
mensen samen vorm geven.
In het hele visiegebied van Mantingerveld en
Mantingerbos en –weiden zal een landschap
ontwikkeld worden van zandgronden en
beekdalen, met daarin van noord naar zuid
een gradiënt van afnemende sturende
menselijke invloed. Een gradiënt zowel in de
tijd als in geografische ligging. Een
afwisselend landschap waar in het noorden
een sterke binding is met het verleden en
waar in het zuiden meer nadruk ligt op
spontane ontwikkeling van natuur, zonder de
sturing helemaal los te laten. Deze gradiënt
sluit logisch aan bij de omgeving. In het
noorden sluit het cultuurlandschap van
Mantingerbos en –weiden aan bij de
Vossenberg en het Scharreveld. In het
zuidoosten wordt een verbinding gelegd met
de wildernis-in-ontwikkeling in Boswachterij
Gees. Een bijzondere plek in dit geheel
neemt Nieuw-Balinge met het
Landarbeiderswetgebied in. Ooit begonnen als
nederzetting van pioniers in een
onherbergzaam hoogveenlandschap wordt
Nieuw-Balinge nu een kern van
cultuurhistorie en ontginningsgeschiedenis
in een natuurlandschap in ontwikkeling. Het
Landarbeiderswetgebied en het her in te
richten munitiecomplex versterken het
contrast.
Toevoegen Tijdsbalk onstaansgeschiedenis
omgeving
èzie
pdf bestand
Toevoegen kaart historische elementen
Mantingerbos & -weiden
Het gebied van Mantingerbos en –weiden ligt
in de directe omgeving van de oude dorpen
van de Broekstreek: Mantinge, Balinge,
Garminge en Bruntinge. Dit is een oud
cultuurlandschap, waarvan de
landschappelijke en ecologische kwaliteiten
door ontginning en ruilverkaveling
grotendeels zijn vervaagd.
De voormalige bovenlopen van het Oude Diep
worden zoveel mogelijk hersteld door laagtes
in het landschap te volgen. Loskoppeling van
landbouwwater en natuurwater zal worden
voortgezet. Gebiedseigen water wordt langer
vastgehouden door diepe doorgaande
watergangen te dempen. Hierdoor zal het
gebied in zijn geheel natter worden en zal
kwelwater meer in het maaiveld komen. Water
wordt langer vastgehouden en geleidelijker
afgegeven. Piekafvoeren zullen daarmee lager
worden, extreme droogte wordt beter
opgevangen. Meer kwelwater zal een positieve
invloed hebben op de beekdalvegetaties,
waardoor er bijvoorbeeld natte, schrale
hooilanden met dotterbloemen en orchideeën
zullen ontstaan.
Het oude landschapsbeeld met graslanden,
elzensingels en boskernen wordt versterkt.
Nieuwe elzensingels worden aangeplant om de
oude kavelverdeling weer zichtbaar te maken.
De oude markegrens wordt zichtbaar gemaakt
door markante bomen aan te planten of vrij
te stellen. Bos krijgt in dit gebied een wat
groter aandeel, zowel door aanplant als door
spontane vestiging. Op de hogere zandruggen
is ruimte voor streekeigen (deels verdwenen)
soorten als zomereik, winterlinde, hazelaar,
gewone vogelkers, zoete kers, fladderiep,
kardinaalsmuts etc. Op de hoogste droge
plekken soorten als beuk en hulst. Op de
overgangen naar de lager gelegen delen
kunnen spontaan elzen opslaan. Figuur
*
geeft een schets van het toekomstbeeld. Via
een brede wegbeplanting langs het Binnenveld
kan de uitwisseling van soorten met de
geïsoleerde boskern van het Bruntingerbos en
met de nieuw aangeplante bosjes in het
Bruntinger Binnenveld versterkt worden.
Agrarisch natuurbeheer (akkerranden) draagt
hier bij aan een cultuurlandschap met een
rijke natuur.

Figuur *:Voorlopige schets op hoofdlijnen voor
inrichting Mantingerbos& -weiden.
Natuurmonumenten en de agrarische
natuurvereniging zullen de inrichting van
het natuurgebied en het agrarisch
natuurbeheer op elkaar afstemmen, waardoor
deze gronden elkaar versterken.
Het grasland tussen de elzensingels zal
vooral worden gehooid maar op de hogere
delen en flanken van het beekdal kan
beweiding plaatsvinden. Dit waar mogelijk
met oud hollandse runderrassen als blaarkop
e.d.. Lokale ondernemers krijgen de ruimte
om mee te beheren. Percelen waar
bosontwikkeling gewenst is krijgen een zeer
extensieve beweiding waardoor bomen kunnen
opslaan of worden uitgerasterd en met bos
beplant met de daar thuishorende soorten.
Op termijn kan van de nieuw aangeplante of
spontaan opgeslagen bossen, gebruik gemaakt
worden door er bomen voor lokaal gebruik uit
te kappen. Deze lichte menselijke invloed
kan bijdragen aan het behoudt van typische
bossoorten. In de bestaande bossen
Mantingerbos, Thijnsbos en Noordlagerbos zal
geen houtoogst plaatsvinden om de
ongestoorde ontwikkeling van de laatste
vijftig jaar niet te doorbreken.
Onderhoud van de elzensingels vindt plaats
in overleg en samenwerking met de dorpen in
de Broekstreek. Uitgangspunt bij het beheer
blijft het duurzaam voortbestaan van singels
van diverse leeftijden en de ecologische
kwaliteit van de singels. Eventuele
houtoogst is plezierig, maar een
bijkomstigheid.
De ontsluiting van de Mantingerweiden zal
voor wandelaars uit de directe omgeving
vergroot worden door de aanleg van smalle
paadjes en planken over slootjes langs
perceelsgrenzen. De bestaande bosgebieden
blijven `padloos’. In overleg met de
bewoners wordt hiervoor een voorstel
gemaakt.
Zo ontstaat een rijk kleinschalig en
gevarieerd cultuurlandschap, vol met
overgangen en een hoge biodiversiteit.
Typische bossoorten krijgen een versterking
van hun leefgebied. Natuurmonumenten beheert
het gebied samen met de betrokken bewoners
van de Broekstreek. Mantinge doet dienst als
toegangspoort naar het gebied, maar de
dorpen Balinge en Garminge zijn minstens zo
betrokken.
Mantinger Es en verbindingszone
Mantingerbos & -weiden naar Mantingerzand
De Ekkelkampen en de Voorste Es vormen de
verbinding van het Mantingerbos en –weiden
naar het Mantingerzand. Tussen de Voorste
Knijpe en de Ekkelkampen kan langs de es een
strook ontstaan met bosjes, struweelranden,
ruigte en kleine akkers. Deze sluiten aan op
de akkerpercelen van de es, waar de
agrarische natuurvereniging met aangepast
beheer de natuurwaarde van de es zal
vergroten. Samen met lokale boeren en de
agrarische natuurvereniging wil
Natuurmonumenten bekijken welke vormen van
agrarisch natuurbeheer aan de randen van de
es plaats kunnen vinden. Dit biedt
mogelijkheden voor soorten als patrijs,
geelgors, roodborsttapuit en veldleeuwerik.
De lagere delen zullen natter zijn en
aansluiten op de bovenloop van het Oude
Diep. De drogere delen kunnen als flora- en
fauna-akker worden ingericht. Overgangen
tussen bos, akker, grasland kunnen als
ruigtestrook ruimte bieden aan vogels en
vele insectensoorten. Tevens is dit een
strook voor de verschillende dieren die
tussen het Mantingerzand en de
Mantingerweiden heen en weer willen trekken
(das, ringslang).
Aan de oostrand van de Voorste Es lag één
van de bovenlopen van het Oude Diep
in een gebied dat vroeger De Poelen heette.
Hier komt kwelwater aan de oppervlakte, wat
zich nog altijd toont in roestverschijnselen
en rietgroei in de sloten. Het gebied
oostelijk van de Heirweg heeft het patroon
van een jonge veldontginning. Het
grondeigendom is hier nu versnipperd en het
landgebruik bestaat uit akkerbouw. In dit
gebied liggen zowel kansen voor soortenrijke
graslanden als bos of natte heide.
Uitgangspunt is dat in dit gebied het
kwelwater ten goede kan komen aan de voeding
van het Oude Diep. Natuurmonumenten wil dit
gebied graag als één geheel beheren, zeker
vanuit hydrologisch oogpunt. Eigendom bij
Natuurmonumenten, of in ieder geval
medewerking van andere eigenaren, aan verder
vernatting is hierbij noodzakelijk. In de
streek leeft de wens om de oude
verkavelingpatronen zichtbaar te houden en
het landschap open te houden. Een nat open
graslandgebied van hooi- en weiland, met
daarin een laagte die aansluit op het Oude
Diep zou hiervoor een optie zijn.
Natuurmonumenten bekijkt in overleg met de
eigenaren en gebruikers welke mogelijkheden
er op korte termijn zijn om een stap
richting dit toekomstbeeld te zetten.
Landarbeiderswetgebied
(kaartje
toevoegen)
Vanuit Nieuw-Balinge leiden de Haarweg en de
Koolveenweg naar het Landarbeiderswetgebied.
Een van origine kleinschalig gebied met nu
een mengeling van private gronden en gronden
van Natuurmonumenten. Dit gebied vormt zowel
historisch als nu de overgang van de
bebouwde omgeving naar de ‘grote stille
heide’. Deze overgang wordt versterkt door
de inrichting van het gebied.
Natuurmonumenten wil samen met de
particuliere eigenaren een plan maken voor
inrichting en gebruik om het unieke
kleinschalige karakter van het
Landarbeiderswetgebied te versterken. Op
sommige particuliere gronden vindt al een
vorm van agrarisch natuurbeheer plaats in de
vorm van akkers en weiden. Gronden van
Natuurmonumenten zullen kleinschalig worden
ingericht voor teelt van landbouwgewassen
als zomer- en wintergranen, boekweit, etc..
Er wordt nadrukkelijk gekeken naar gewassen
die aanvullend zijn op het gebruik door
particulieren, om een gevarieerd geheel te
krijgen. Aan de west- en zuidzijde zal deze
overgang grenzen aan de nieuw ontstane
heide, die ter weerszijde van de
Hoogeveenseweg ontstaat. Er kan een prachtig
landschap ontstaan voor soorten als patrijs,
geelgors, steenuil , kerkuil en
veldleeuwerik. Het gebied wordt dooraderd
door smalle, onverharde voetpaden. Vanuit
het plan “Veuruitzicht” zijn al twee
ommetjes door het gebied aangelegd. Nieuwe
voetpaden zullen hier op aansluiten. Ten
zuiden van de Haarweg kunnen een zevental
nieuwe woningen worden gebouwd. Bij het
ontwerp van de woningen en de inrichting van
de kavels zal nadrukkelijk ingespeeld worden
op de ligging aan de rand van het
natuurgebied.
Mantingerveld met Hullenzand, Lentsche
Veen, Martensplek en Mantingerzand
(kaartje toevoegen: met indicatie waar
openveld en waar ruimte voor beweging)
In het Mantingerveld ligt de overgang van
het cultuurlandschap richting ongestuurde
natuur. Elementen uit beide systemen komen
hier samen. Op lange termijn bepalen
natuurlijke processen in grote lijnen hoe
het landschap zich vormt, maar de beheerder
houdt de vinger aan de pols en stuurt bij
waar nodig. Hoogteverschillen, droge en
natte voedselarme omstandigheden, neerslag
en verdamping en uitspoeling richting de
bovenloop van het Oude Diep vormen de
belangrijkste natuurlijke kenmerken van het
systeem. Gebiedseigen water wordt zo lang
mogelijk vastgehouden. Bovenop deze
abiotische kenmerken spelen semiwild levende
grazers (runderen, mogelijk ook paarden) een
belangrijke rol bij de ontwikkeling van een
gevarieerd heidelandschap. Natuurlijke
begrazing draagt bij aan een rijk en
gevarieerd landschap (zie bijlage
?:
natuurlijke begrazing).
Door de invloed van natuurlijke processen en
menselijk ingrepen ontstaat een half open
heide landschap. Niet vooraf precies op
kaart getekend en vastgelegd, maar wel met
voldoende aandacht voor
instandhoudingsdoelen, zoals heidevegetaties
en heischraal grasland. De ontwikkeling van
het gebied wordt niet helemaal aan de
elementen en grazers overgelaten. Een zekere
openheid van het heidelandschap is zowel
vanuit de omgeving als vanuit de
instandhoudingsdoelen van Natura 2000
gewenst. Variatie in structuur – afwisseling
tussen open zand, jonge, korte
heidevegetatie en stukken met oude
heidestruiken – is gewenst vanuit de rijkdom
aan soorten. Ook de ontwikkeling van enig
bos en struweel draagt bij aan de beleving
en de rijkdom aan soorten. Bosontwikkeling
die een bedreiging vormt voor restpopulaties
van bedreigde soorten is niet gewenst. Door
bedreigde soorten constant te monitoren
wordt een vinger aan de pols gehouden.
Wanneer soorten in het geding lijken te
komen wordt plaatselijk ingegrepen om de
openheid te herstellen of voedselarme
omstandigheden te creëren.
Het jeneverbesstruweel zal op de lange
termijn opgaan in het aaneengesloten
heidelandschap en waar mogelijk zullen er
plaatselijk nieuwe jeneverbessen opslaan. In
het begin zullen we de vitaliteit van het
struweel vergroten door kleinschalige
ingrepen als kappen van opslag, dunning en
plaggen. Extensieve begrazing in een aparte
begrazingseenheid met daarvoor geschikte
runderen of schapen zorgt voor korte
vegetaties. Op lange termijn zal het gebied
toegevoegd worden aan het integraal
begraasde heidegebied.
Verlengde Middenraai
Aan de andere kant van de waterscheiding, in
het oosten, stroomt het water richting het
zuiden. Water is ook hier leidend zijn
voor de gebiedsontwikkeling. Een hogere
grondwaterstand helpt tegen de verdroging in
het aangrenzende Mantingerveld en kan tot
verbetering van de kwaliteit van de vochtige
heidevegetaties leiden. Een gradiënt van
droog in het noorden naar steeds natter in
het zuiden zorgt voor een geleidelijke
overgang met verschillen in begroeiing. In
tegenstelling tot de voedselarme heide is
het gebied van de Verlengde Middenraai
voedselrijk en dat zal nog lange tijd zo
blijven. Afgraven van de bouwvoor is niet
gewenst, omdat daarmee de hoogteverschillen
met het Mantingerveld verder zouden
toenemen, met verdroging in het
Mantingerzand tot gevolg. Beginnend vanaf de
heide ontstaan voedselrijke natte
graslanden, zeggenvegetaties, natte
rietlanden en open water. Hiermee wordt het
gebied onder andere aantrekkelijk voor
libellen en voor insectenjagende soorten als
zwaluwen en verschillende soorten
vleermuizen. Drempels in het tracé, nieuwe
slenken, van noord naar zuid zorgen ervoor
dat water zo lang mogelijk wordt
vastgehouden. Lokaal kunnen wilgen opslaan,
maar de wens is om het landschap open te
houden en om het zicht op de rand van het
Mantingerzand te behouden. Door het gebied
vanaf de inrichting direct te beweiden wordt
de groei van wilgen beperkt. Vooral in de
wintermaanden zal het gebied, onder invloed
van natuurlijke waterdynamiek, plasdras
zijn. Daar waar nodig kan aanvullend beheer
plaatsvinden om de openheid te bewaren. Het
open water in het zuiden watert via een
drempel uiteindelijk af in het kanaal van de
Verlengde Middenraai.
De eerste jaren wordt het gebied als aparte
eenheid beweid. Op termijn wordt het
onderdeel van één groot gebied met vrij
rondtrekkende dieren. Er kan natuurlijke
trek ontstaan bij de grazers, waarbij ze in
de zomer het voedselrijk gebied zullen
begrazen. Wanneer dit in de winter te nat
wordt gaan de dieren naar de heide. Een dam
met duiker in de Verlengde Middenraai zorgt
voor uitwisseling van dieren tussen
boswachterij Gees, via de Middenraai met het
Mantingerveld. In de Verlengde Middenraai
(gemeentelijke weg) wordt een bocht
aangelegd zodat de weg om de dam heen wordt
geleid. Onder de weg door worden
faunapassages aangelegd voor kleinere
diersoorten. Wildroosters zorgen dat de weg
‘overgraasbaar’ is. Natuurmonumenten en
Staatsbosbeheer stemmen hun beheer af: welke
soorten, rassen en aantallen grote grazers
kunnen er leven?
Door in het zuiden het landschap open te
houden ontstaat er een open zone van
minmaal honderd meter die voorkomt dat
muggen massaal het dorp bereiken. Er zullen
maatregelen genomen worden om het dorp en de
huizen langs de Middenraai droog te houden.
Vanuit de lokale gemeenschap is de wens
uitgesproken om in dit gebied een
begraafplaats aan te leggen. De mogelijkheid
hiertoe wordt onderzocht. Grenzend aan het
dorp worden natuurbelevingmogelijkheden
gecreëerd, bijvoorbeeld een ‘waterpad’ of
waterspeelplaats.
|
Kader: Masterplan Nieuw-Balinge
Natuurmonumenten werkt samen met de
provincie Drenthe, de gemeente
Midden Drenthe, Plaatselijk
Belang en de Dienst Landelijk
Gebied aan het Masterplan
Nieuw-Balinge. Dit plan behelst
een integrale
gebiedsontwikkeling rondom
Nieuw-Balinge, waarbij de
leefbaarheid wordt vergroot, de
Ecologische Hoofdstuctuur (EHS)
wordt gerealiseerd en het
Munitie en Mobilisatiecomplex
een nieuwe functie krijgt.
Concreet zijn de volgende
projecten voorzien:
Munitiecomplex
Het munitiecomplex Nieuw-Balinge is
afgestoten door Defensie en
verkocht aan Natuurmonumenten.
Natuurmonumenten geeft een
initiatiefgroep de mogelijkheid
om een museale bestemming
(Joodse werkkampen, Militair
erfgoed, Koude oorlog) te
realiseren. Mocht dit niet
lukken dan zal het complex
worden ingericht als
natuurgebied.
Realisatie EHS
In het kader van de EHS-realisatie
zijn ten zuidwesten en oosten
van Nieuw-Balinge gronden
verworven om ingericht te
worden als natuurgebied. Dit zal
de komende jaren uitgevoerd
worden. Tevens wordt in dit
kader de ecologische verbinding
met de boswachterij Gees
gerealiseerd.
Woningbouw
Meeuwenweg-Landarbeiderswetgebied
Ten zuiden van de Haarweg, tussen
Meeuwenweg en Hullenzandweg, zal
in een voormalig stuk EHS een
zevental woonlocaties worden
gerealiseerd. Hiermee krijgt het
dorp een afronding aan de
westzijde. In het kader van deze
functieverandering vindt een
herbegrenzing van de EHS plaats
in het gebied de Poelen.
Sloop agrarische bebouwing
Verlengde Middenraai
Aan de Verlengde Middenraai worden
overbodige agrarische
bedrijfsgebouwen gesloopt na
een bedrijfsverplaatsing van een
melkveebedrijf.
Brijstroeken
Door het verdwijnen van de
oorspronkelijke functie van het
munitiecomplex kan het
recreatieterrein de Brijstroeken
een woonfunctie krijgen. |
|
September 2025
Een man komt met z’n zoon van
elf naar buiten gewandeld uit
het dorpshuis. Vanmorgen zijn ze
vroeg vertrokken uit Amersfoort
om samen het Mantingerveld te
verkennen. Vanaf de afslag bij
Hoogeveen volgden ze borden naar
het dorpshuis van Nieuw-Balinge,
waar je bij het infopunt van
Natuurmonumenten informatie over
het gebied kunt ophalen en in je
mobiele computer kunt laden.
Koffie en koek hebben ze er
natuurlijk ook. Samen gaan ze op
pad voor een flinke wandeling.
Vanuit het dorp lopen ze het
smalle paadje op dat de man die
de koffie bracht had
aangewezen. Buiten het dorp
liggen kleine akkertjes. Hier
wat boekweit, rogge en dan weer
iets wat op een grote volkstuin
lijkt. Geen hekken of borden.
Plots vliegen een paar patrijzen
op uit een veldje met tarwe,
drie geelgorzen vliegen over.
Het wordt steeds stiller en de
heide aan de horizon lonkt.
Op de heide zelf lijkt het wel
of ze op vakantie in Scandinavië
zijn. Een groep kraanvogels
vliegt over onderweg naar het
zuiden. Een adder ligt zich op
te warmen midden op het zand.
Een boomvalk verschalkt boven de
hei een libel. De heide hier is
anders dan ze gewend zijn van
andere tochten in Drenthe. Ook
wel mooi paars en met een wijds
uitzicht. Maar zo nu en dan
staat er een bosje, ligt er een
vennetje en moet je uitkijken
geen natte voeten te krijgen.
Dan weer een kop los droog zand.
Allerlei bloemen en bijen,
zweefvliegen…genoeg om je over
te verwonderen als je goed
kijkt. Je mag hier vrij
rondstruinen met je GPS. Daar
loopt een grote groep…., tja wat
zijn het eigenlijk? Wilde
runderen? Een stier staat te
pronken en neemt een grote
heidestruik op de horens, flink
wat zand opwerpend. Het ziet er
indrukwekkend uit. Het beest
keurt de wandelaars geen blik
waardig.
Ze buigen af naar het noorden.
Het landschap wordt droger en
dichter met open zand en steeds
meer jeneverbessen. Aan de rand
lopen ze door een bos van oude
kromme eiken die uitnodigen om
in te klimmen. Maar er is nog zo
veel te ontdekken dat ze toch
door lopen, een veerooster over.
Onderweg hebben ze verder geen
hekken gezien, al zal er toch
wel een geweest zijn.
Weer verandert het landschap. De
eigenaar van een kleine camping
wijst hen op het landschap
tussen de dorpen hier, dat hij
de Broekstreek noemt. Over een
wandelpad langs de rand van een
bolle akker lopen ze naar
Mantinge. Op het veld scharrelen
allerlei vogels: gorzen,
piepers, leeuweriken. Waar het
weer natter wordt, niet ver van
het dorp, zien ze een vogel op
een paaltje zitten: paapje!
Na een tosti in de nazomerzon
hebben ze nog tijd om een rondje
rond het dorp te lopen. Weer
zo’n verrassend klein paadje het
dorp uit. Het Mantingerbos met
zijn oude eiken en grote,
donkere hulststruiken maakt
indruk. Ondanks het naderende
najaar staan er nog bloemen in
bloei. In een kleine weide staat
een groepje koeien rustig te
herkauwen. In de volgende weide
springen twee reeën weg. In de
berm zien ze de sporen van een
das. Die heeft vast zijn burcht
ergens in het geheimzinnige bos.
Het lijkt wel of het in dit
gebied al eeuwen zo gaat als nu
op deze middag.
Vanuit Mantinge kunnen ze met
een kleine streekbus terug naar
Nieuw-Balinge, want de
vermoeidheid slaat toe. Voor ze
de terugreis aanvaarden stoppen
ze nog bij het Joods
oorlogsmuseum. Vroeger, in de
tijd van de Koude Oorlog, lag
hier een munitiedepot. Ook voor
dit stukje geschiedenis is een
goede nieuwe bestemming
gevonden.
|
Zoals eerder geschetst vormt het
Mantingerveld samen met het gebied langs de
Verlengde Middenraai en Boswachterij Gees in
de toekomst één grote eenheid. Daaromheen
liggen gebieden waar het historische,
natuurrijke cultuurlandschap wordt
versterkt. Zo ver is het nog niet.
Verschillende deelgebieden zullen een
verschillende ontwikkeling doormaken.
Voor het hele gebied probeert
Natuurmonumenten door aankoop of ruiling de
ontbrekende percelen, die nu de verdere
inrichting belemmeren, te verwerven. Als
dat niet mogelijk is zal gekeken worden hoe
in overleg met de eigenaar er alternatieven
te vinden zijn.
In het kader van de beheerplannen Natura
2000 zijn diverse maatregelen voorgesteld om
de hydrologie van het gebied te verbeteren.
Natuurmonumenten zal samen met het
waterschap en de provincie het initiatief
nemen om de voorstellen verder uit te werken
en uit te voeren. Ook de mogelijkheden voor
combinaties van natuurontwikkeling en
waterberging langs de Verlengde Middenraai
worden hierin betrokken. Koppelen van de
gebieden aan weerszijden van de
Hoogeveenseweg heeft zowel voor de
hydrologie als voor de fauna een hoge
prioriteit.
Mantingerbos & -weiden
Vernatting van het gebied die in gang is
gezet wordt voortgezet. In samenwerking met
het waterschap kijkt Natuurmonumenten welke
sloten kunnen worden gedempt zonder dat
bewoners en boeren daar overlast van
ondervinden. Oorspronkelijke
hoogteverschillen worden opgezocht en
hersteld, doorgegraven zandruggen worden
weer aaneengesloten. Op daartoe geschikte
locaties zal er wat bos bijkomen. Grenzend
aan Mantinge zal het cultuurlandschap
versterkt worden door de aanplant van
elzensingels. Een aanzet voor deze
herinrichting is eind 2011 van start gaan.
Als gebied met een rijke cultuurhistorie is
steeds overleg met de dorpen nodig om deze
cultuur levende te houden. Met de mensen uit
de Broekstreek heeft al een verkenning van
mogelijke plekken voor bosuitbreiding
plaatsgevonden. Samen wordt gezocht naar
lokaal plantmateriaal om in de regio op te
kweken. Regelmatig gaan Natuurmonumenten en
de mensen uit de Broekstreek bij elkaar aan
tafel zitten om het beheer en gebruik van
het Mantingerbos en –weiden te bespreken.
Jaarlijks onderhoud van de elzensingels zal
op basis van het te maken onderhoudsplan zo
veel mogelijk in samenwerking met de
bevolking plaatsvinden. Met grondeigenaren
vindt overleg plaats om de laatste regulier
gebruikte agrarische percelen te verwerven
of een natuurfunctie te geven. Daarna zullen
de laatste drainerende sloten en nog niet
ingerichte percelen aangepakt worden.
Nadat de hydrologische herstelmaatregelen
uitgevoerd zijn, deels in 2012 en deels
later, wordt gekeken in hoeverre de
graslanden in het vervolgbeheer gehooid
worden en waar (na)beweiding mogelijk is.
Daarbij gebruiken we zoveel mogelijk vee van
lokale mensen.
Mantinger Es en verbindingszone
Mantingerzand, Mantingerbos & -weiden
Samen met de agrarische natuurvereniging
heeft een verkenning plaatsgevonden van de
mogelijkheden van agrarisch natuurbeheer op
de es. Er wordt gezocht naar mogelijkheden
om elkaar te versterken. Zowel vanuit
Natuurmonumenten als de omgeving is aangeven
dat men liever geen maïs tot aan de rand van
de es ziet. Akkerrandenbeheer lijkt goede
kansen te bieden als vorm van agrarisch
natuurbeheer waarvoor vergoedingen vanuit de
Provincie beschikbaar zijn. Natuurmonumenten
gaat haar akkers op de Mantinger Es in
kleinere percelen opdelen en, naast
winterrogge, zomergranen verbouwen. Van de
grotere variatie in gewassen zullen
akkervogels profiteren.
Verwerving van de ontbrekende percelen in De
Poelen en langs de Heirweg heeft prioriteit.
Met name in De Poelen kan na verwerving de
hydrologie verbeterd worden door sloten te
dempen en te verondiepen en een slenk te
graven die aantakt op de bovenloop van het
Oude Diep. Langs de Heirweg kan, na het
aflopen van bestaande afspraken met boeren,
al binnen enkele jaren een extensiever
akker- en grasland beheer starten. Wanneer
mogelijk wordt hier een wandelverbinding
tussen Mantingerweiden en -veld aangelegd.
Met de gemeente vind overleg plaats om de
oversteek van dieren (adder, ringslang, ree,
das) over de Mantingerdijk veiliger te maken
op basis van een reeds bestaand plan.
Mantingerveld
Natuurmonumenten wil de laatste agrarisch
gebruikte percelen verwerven, zodat deze
ingericht kunnen worden en de hydrologie kan
worden hersteld. Het gaat om een drietal
percelen die hiervoor cruciaal zijn.
De komende jaren wordt de inrichting van de
gebieden langs de Verlengde Middenraai en
aan de westzijde van Nieuw-Balinge (Koolveen
en Landarbeiderswetgebied) af gerond. Dit is
wel sterk afhankelijk van de beschikbaarheid
van de schaarse middelen door recente
bezuinigingen.
Op lange termijn zal het hele Mantingerveld
inclusief het Mantingerzand, Hullenzand,
Balingerzand, Martensplek en het Lentsche
veen samen met de gebieden van
Staatsbosbeheer bij Gees één grote
begrazingseenheid vormen. Zover is het nog
niet. Het gebied is nu nog verdeeld in
meerdere begrazingseenheden. Door de
grootste eenheden te koppelen, kan een start
worden gemaakt met de omvorming van het
begrazingsbeheer. Kuddes worden geleidelijk
omgevormd tot sociale kuddes en er wordt een
keuze voor de in te zetten rassen gemaakt.
Met name aan de westkant van de Hoogeveense
Weg kan al op korte termijn één grote
begrazingseenheid worden ingericht.
Nadat de Hoogeveenseweg passeerbaar is
gemaakt voor de grazers, worden de eenheden
voor de grote grazers aan de oost- en
westzijde van de weg aaneengekoppeld.
Kleinere wegen (Koolveenweg, Haarweg,
Hullenzandweg) worden, indien mogelijk
(financiën, vergunningen) al op korte
termijn middels wildroosters overgraasbaar
gemaakt. Wegen blijven openbaar en
toegankelijk voor lokaal verkeer.
In de overgangsfase en mogelijk nog geruime
tijd na inrichting van percelen zijn
maatregelen nodig om bosontwikkeling te
remmen, vooral in de nieuw ingerichte delen.
Maatregelen bestaan uit bomen trekken/zagen
(zwaar werk) en tijdelijk intensiever
begrazen met zowel runderen als schapen.
Lokale ondernemers worden hierbij betrokken.
Maatregelen als plaggen en branden zijn
effectief tegen verbossing, maar voorkómen
dat er een oudere, structuurrijke heide met
een humuslaag kan ontstaan. Deze maatregelen
worden hoogstens toegepast op plekken die
minder belangrijk zijn voor de fauna
(slangen en hagedissen) en waar goede kansen
liggen voor stuifzand en schraal grasland
(buntgras). De vennen en veentjes worden of
handmatig of door begrazing vrijgehouden van
te veel bosopslag.
Begrazing van de Verlengde Middenraai
Koppeling van de integrale begrazing van het
Mantingerveld met de ingerichte Verlengde
Middenraai is op korte termijn niet
mogelijk. Als voedselrijk gebied zal het een
grote aantrekkingkracht uitoefenen op de
grazers waardoor de dieren massaal weg
zouden trekken van de heide naar dit kleine
voedselrijke, natte gebied. Pas wanneer er
één grote begrazingseenheid is gevormd op
het Mantingerveld, is er een groot genoeg
tegenwicht t.o.v. de voedselrijke
Middenraai. Omdat de Middenraai ’s winters
plas dras staat zal hier voorlopig ‘s zomers
beweid worden met vee van lokale
ondernemers. Waar nodig moet aanvullend
beheer wilgenopslag tegengaan.
Begrazing van het Mantingerzand
Een groot deel van het jeneverbesstruweel
zal extensief begraasd worden met daarvoor
geschikt vee (runderen, schapen, pony’s,
geen Schotse Hooglanders). Hierbij worden
nauwkeurig de effecten op de jeneverbessen
in de gaten gehouden, om schade te
voorkomen. Op korte termijn zal het raster
rond de Achterste Kniepe aangepast worden
voor deze begrazing. Daarnaast zal hier
kleinschalig geplagd blijven worden en wordt
opslag verwijderd om het struweel zo lang
mogelijk in stand te houden. Dit tot de
koppeling aan de integrale begrazing op de
langere termijn. Het gebied blijft vrij
toegankelijk.
Bosbeheer rondom Nieuw-Balinge
De vooral uit uitheemse soorten bestaande
bossen buiten de begrazingsgebieden aan de
zuidzijde van het Mantingerveld zullen
geleidelijk worden omgevormd naar meer
natuurlijk bossen met inheemse soorten.
Japanse lariks en douglas worden verwijderd,
de Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers
zullen terrein moeten inleveren. Dit door
kleinschalige kap en dunningen, waarbij
inheemse soorten als eik, beuk en berk
bevoordeeld worden. Opslag van uitheemse
soorten wordt zoveel mogelijk verwijderd. Op
middellange termijn worden deze bossen aan
het begrazingsgebied toegevoegd.
Natuurmonumenten laat door de Bosgroep
Noord-Oost Nederland een uitvoeringsplan
voor de periode 2012-2017 opstellen.
De in de natuurontwikkeling aangeplante
jonge bossen zullen na inleidend beheer (dunning,
mozaïekkap) aan het begrazingsgebied worden
toegevoegd. Hierbij wordt rekening gehouden
met de afspraken met subsidiënten uit het
verleden. Grote voedselrijke delen bos
worden pas na verloop van tijd aan het
begrazingsgebied toegevoegd. Wanneer deze te
snel zouden worden toegevoegd kan de
graasdruk op de hei te laag wordt.
Amerikaanse vogelkers
Vooral in het Mantingerveld vormt
uitbreiding van Amerikaanse vogelkers een
probleem. Op de relatief voedselarme bodem
van bosjes, heide en singels breidt deze
soort zich snel uit. Rondom de ijsbaan van
Nieuw-Balinge (Achterste Veld) vormt deze
ontwikkeling een bedreiging voor de heide en
het stuifzand en daarmee voor het leefgebied
van zeldzame vlindersoorten als kommavlinder
en heivlinder. Handmatig of mechanisch
bestrijden zonder gebruik van gifstoffen
biedt helaas onvoldoende soelaas. Begrazing
met runderen blijkt, door ervaringen uit het
verleden, wel een goede bijdrage te leveren,
maar is niet overal toepasbaar. Met name ten
Noorden van Nieuw-Balinge richting het
hondenlosloopgebied en de IJsbaan, is
begrazing vanuit de bevolking niet gewenst.
Natuurmonumenten gaat hier de komende jaren
aan de slag om samen met vrijwilligers het
heide- en bosgebied vrij van vogelkers te
maken. Indien dit na enkele jaren haalbaar
en betaalbaar blijkt, zal deze aanpak worden
uitgebreid. Hierbij hebben open vegetaties,
als heide en stuifzand prioriteit.
Munitiedepot
Kaart toevoegen
In 2012 ligt er een definitief plan voor de
inrichting van het munitiedepot
Nieuw-Balinge. Natuurmonumenten werkt mee
aan een museale functie, maar zal er ook
voor zorgen dat natuurwaarden gehandhaafd of
vergroot worden. Dit, o.a. door de
inrichting van een vleermuiskelder. Mocht de
museale inrichting niet haalbaar zijn, dan
zal het complex als natuurgebied ingericht
worden, waarbij de bovengrondse
opslagplaatsen gesloopt worden.
De natuurgebieden en het omliggende
agrarisch gebied in de Broekstreek en
Nieuw-Balinge kunnen op allerlei manieren
worden beleefd. Deze visie is niet alleen
gericht op ‘natuur’, maar ook op vergroting
van de belevingswaarde van zowel de gronden
van Natuurmonumenten als de omliggende
gebieden in samenhang.
Vanuit de omgeving bestaat de wens van ‘low
profile’ recreatie, met name in de
Broekstreek. Wel toegankelijk, niet te veel
toeters en bellen. Daarnaast wil
Natuurmonumenten vanuit haar eigen
positionering het gebied goed beleefbaar
maken voor bezoekers en natuurliefhebbers
uit de regio en voor mensen die specifiek
geïnteresseerd zijn in natuurontwikkeling.
Een goede zonering is daarvoor gewenst. De
zonering uit het `Plan Natuurrecreatie
Mantingerveld’ van bureau Katalysator uit
2001 voldoet in grote lijnen. Het huidige
padennetwerk en de spreiding van de
parkeerplaatsen over het gebied volstaat,
maar er ontbreken binnen de gewenste
zonering wel enkele doorsteken en
verbindingen.
Een betere wegbewijzering richting de
parkeerplaats De Stienkamp vanaf de drukke
parkeerplaats bij het Mantingerzand is
gewenst. Zowel door de Broekstreek als in
het Landarbeiderswetgebied zijn vanuit
particulier initiatief lokale ommetjes
aangelegd; korte wandelroutes op onverharde
paden om de omgeving in alle rust te kunnen
ervaren.
De dorpen Mantinge en Nieuw-Balinge, de
parkeerplaats aan de Mantingerdijk, en in de
toekomst mogelijk het Munitiedepot, dienen
als toegangspoorten tot het gebied. Mantinge
vooral richting het cultuurlandschap van de
Broekstreek en het Mantingerbos en -weiden.
Mantingerdijk blijft voorzien in de toegang
tot het jeneverbesstruweel. In het dorpshuis
van Nieuw-Balinge staat een permanente
tentoonstelling van Natuurmonumenten over de
natuurontwikkelingen op het Mantingerveld.
Van hieruit lopen verschillende wandelroutes
het gebied in en vinden georganiseerde
excursies plaats. Een museale inrichting van
het voormalige munitiecomplex sluit hier
goed bij aan. De bewegwijzering vanaf de
Verlengde Middenraai en de Hoogeveenseweg
wordt verbeterd om recreanten naar de
toegangspoorten te verwijzen.
Paden en struinen
De huidige padenstructuur voldoet aan de
wensen vanuit de streek. Tussen de
Broekstreek en Mantingerzand en tussen
Nieuw-Balinge en boswachterij Gees ontbreken
aantrekkelijke verbindingen. Hiervoor maakt
Natuurmonumenten met de bewoners verdere
plannen.
Doordat het Mantingerveld doorsneden wordt
door de Hoogeveenseweg is aan de westkant
als vanzelf een rustiger gebied ontstaan.
Dit wordt verder versterkt door het
verwijderen van de parkeerplaats aan de
Hoogeveenseweg, mede uit oogpunt van de
verkeersveiligheid. Over het Mantingerveld
mag je, buiten de rustgebieden (met name
ten westen van de Hoogeveenseweg), behalve
op de paden ook vrij struinen. Het bestaande
minder-validen pad door het
jeneverbesstruweel in het Mantingerzand
blijft bestaan. De vergrijzing zal de
behoefte aan voorzieningen die ook met
rollator goed begaanbaar zijn doen toenemen.
In de Mantingerweiden en de nieuw te
ontwikkelen bosjes worden met wat simpele
voorzieningen de wandelmogelijkheden
vergroot. De kern van het Mantingerbos
blijft voor publiek gesloten.
Kaart Ruud scannen &invoegen
Ruiter- en menroutes
Er bestaat een groeiende behoefte aan
ruiterpaden en menroutes. Deze routes zijn
nu reeds in het gebied aanwezig maar ze
liggen niet op de goede plekken en zijn door
beperkt gebruik in verval geraakt. Samen met
de bevolking zal Natuurmonumenten in de
toekomst de mogelijkheden voor paardrijden
en mennen opnieuw invulling geven. Daarbij
wordt ook gekeken of er in het begraasde
gebied paarden worden geïntroduceerd, omdat
dat conflicteert met paardensport.
Hondenlosloopgebied
Het hondenlosloopgebied ligt ten noorden van
Nieuw-Balinge. Het gebied wordt veel
gebruikt vanuit de omgeving. Vanuit het
oogpunt van het beheer zou hier begrazing
wenselijk zijn om uitbreiding van de
Amerikaanse vogelkers te lijf te gaan.
Begrazing gaat niet samen met loslopende
honden. Natuurmonumenten gaat hier de
komende jaren aan de slag om samen met
vrijwilligers van o.a. de IJsbaanvereniging
het heide- en bosgebied vrij van vogelkers
te maken.
Locale wegen toegankelijk
Het Mantingerveld wordt doorsneden door tal
van (soms oude) paden en wegen. Een deel
daarvan is openbaar en wordt ook door auto’s
gebruikt. Deze wegen hebben vaak geen
ontsluitingsfunctie meer, maar worden door
de lokale bevolking wel gebruikt. Voor de
natuur zijn deze wegen nadelig omdat ze
waterstromen doorsnijden en een barrière
vormen voor vele soorten dieren, zoals adder
en ringslang. Het streven is om de wegen wel
toegankelijk te houden, maar de invloed op
het natuurgebied te verminderen door
bermsloten te dempen, het wegdek
faunavriendelijker te maken en wegen
overgraasbaar te maken voor grote grazers.
Zulke maatregelen zullen ook een
snelheidsremmend effect hebben, waardoor
deze wegen ook voor fietsers en wandelaars
aantrekkelijker worden.
(zie kaart)
Het verlengde van de Haarweg ten westen van
de Hoogeveenseweg is een restant van een
oude zandweg tussen Mantinge en Hoogeveen.
Deze weg met historische betekenis blijft
bestaan. Ook hier worden de negatieve
effecten op het omringende natuurgebied
verminderd. De weg wordt met veeroosters
overgraasbaar gemaakt en blijft openbaar,
tenzij hiervoor langs de golfbaan,
aansluitend op de Hoogeveenseweg een goed
alternatief gerealiseerd kan worden. Waar
mogelijk worden bermsloten gedempt.
Hetzelfde geldt voor verschillende andere
kleinere deels onverharde wegen in het
gebied, zoals de Koolveen en Hullenzandweg.
Er bestaat een groeiend risico op
verkeersslachtoffers (met name onder
reptielen en amfibieën) op deze wegen, zelfs
bij een weinig frequent gebruik.
Natuurmonumenten zet een monitoring op voor
wegslachtoffers. Als er plekken aan het
licht komen waar veel slachtoffers vallen,
dan moet daar een oplossing voor gevonden
worden (bijv. faunapassage en
snelheidsverlagende maatregelen).
Hoogeveenseweg
Natuurmonumenten streeft niet langer naar
verlegging van de Hoogeveenseweg. Vanuit de
dorpen gezien is deze weg de verkeersader
naar de wijde omgeving en opheffen of
verleggen verplaatst de problemen. De weg
blijft is wel een enorme doorsnijding van
het natuurgebied. Het is van groot belang
dat er twee forse ecologische passages
worden gerealiseerd, zodat het hele gebied
van Mantingerveld en Boswachterij Gees zowel
hydrologisch als voor fauna (incl. grote
grazers) als één eenheid kan functioneren en
ook zo kan worden beleefd door bezoekers.
Bij de provincie zal Natuurmonumenten
aandringen op een goed bermbeheer, waarbij
het bermmaaisel wordt afgevoerd. Door
verschraling ontstaan bloemrijke bermen, die
in het voedselarme heidegebied een
belangrijke nectarbron kunnen vormen voor de
talrijke vlindersoorten.
Verlengde Middenraai
De weg en het kanaal van de Verlengde
Middenraai worden passeerbaar gemaakt over
een lengte van 100 tot 200 meter. In het
kanaal wordt een forse dam met duiker
aangelegd die zorgt voor uitwisseling van
(grote) dieren met boswachterij Gees. Een
bocht in de weg ter hoogte van deze dam
zorgt ervoor dat verkeer word vertraagd en
biedt de mogelijkheid om onder de weg door
passages aan te leggen voor kleinere
diersoorten. Wildroosters aan het begin en
eind van de verbindingszone werken tevens
als verkeersvertragende barrière. Een
rubberen aansluiting tussen de roosters en
het beton vermindert geluidsoverlast.
De afgelopen jaren heeft Natuurmonumenten
geïnvesteerd in een goede relatie met de
mensen rondom het Mantingerveld,
Mantingerbos & -weiden. De totstandkoming
van deze visie was daar een stap in. De
komende jaren gaat Natuurmonumenten door op
de ingeslagen weg. Delen van het gebied
zullen in nauw overleg met de bevolking
ingericht worden. Natuurmonumenten
onderhoudt de contacten, ook als er geen
projecten of plannen aan de orde zijn. Bij
grote veranderingen nodigt Natuurmonumenten
mensen uit om mee te denken in een (tijdeljke)
klankbordgroep. Vanuit deze visie vragen in
de nabije toekomst o.a. herinrichting en
faunapassages rondom de Hoogeveenseweg, de
huidige en toekomstige
inrichtingswerkzaamheden, ontwikkeling en
inrichting van de Middenraai en de toekomst
plannen rondom het voormalig Munitiedepot de
aandacht.
Het dorpshuis in Nieuw-Balinge blijft dienst
doen als bezoekerscentrum. Dit is ook het
startpunt voor verschillende excursies (op
aanvraag) richting het Mantingerveld.
Mogelijk krijgt het voormalig munitiedepot
in de toekomst een museale functie. Panelen
en bebording zijn inmiddels aangepast aan de
vernieuwde huisstijl van Natuurmonumenten.
Hetzelfde geldt voor de informatiefolders.
Geleidelijk zullen conventionele
informatiemiddelen, zoals informatiepanelen,
en meer moderne vormen worden geïntegreerd.
Hierbij kan o.a. gedacht worden aan de inzet
van meer flexibele middelen, gekoppeld aan
het internet, zoals QR-codes.
In de landelijke communicatie wordt
gepresenteerd als het voorbeeld van
natuurontwikkeling, dit via de eigen website
en via vakbladen.
Natuurmonumenten wil met deze visie een
richting aangeven voor de ontwikkeling van
dit gebied. De visie en de daar voor
benodigde maatregelen kan en wil
Natuurmonumenten niet alléén realiseren.
Overleg en samenwerking met het Waterschap
is nodig, o.a. bij inrichting van de
Middenraai en de bovenloop van het Oude
Diep. Met Staatsbosbeheer zal besproken
worden hoe begrazing van het Mantingerveld
kan aansluiten bij begrazing in Boswachterij
Gees. Met de gemeente is overleg nodig, o.a.
over de inrichting van de Verlengde
Middenraai. Samen met de provincie wordt
beoordeeld of de Natura 2000 doelen met deze
visie gewaarborgd worden.
Bovenal wil Natuurmonumenten de verdere
ontwikkeling van dit gebied samen met de
bewoners vorm geven. Daarom is de visie niet
tot in detail ingevuld. De details vullen
beheerder en bewoners gaandeweg samen in. We
hopen wel van harte dat de hoofdlijnen die
in deze visie staan aansluiten bij de
verwachtingen in de streek.
|