De Drentse taal hoor je steeds meer om je heen, hetzij in de krant of op TV, of Drentse literatuur. Een veel voorkomende vraag die men vaak stelt, is: ‘waar in Drenthe spreekt met het echte Drents?’. Dat antwoord kan kort en duidelijk zijn, nl; overal in Drenthe! Weliswaar heeft ieder gebied haar eigen streektaal, maar het is allemaal Drents, zolang het binnen de grenzen van Drenthe blijft. (Zie grondkaart hiernaast)

Hieronder een aantal uitspraken en woorden zo we het hier in Nieuw Balinge uitspreken, oftewel, het Zuid-west-Drents.

* * * * * * * * * *

Daore: (ei)dooier. (Maar ook wordt hier soms iemand een ‘daore’ genoemd die dom, klunzig is.)

Snarre: iemand die pittig en fel is, is hier een ‘snarre’ (of doet ‘snarrig’)

Gaogel: gehemelte

Slauwe: slang (tuin-. Tuunslauwe)

Pute: zak (een plastic-. Boterham-)

Buse: broekzak en-of jaszak

Slief: soep-  juslepel (spreek uit als sliejf.)

Startpannegie: steelpan

Zaandblik en veger: stoffer en blik

Schötteldoek: vaatdoekje

Krulewagen: kruiwagen (spreek uit als: Krulewaag’n)

Schrowakster: vlaamse gaai

Reeren: huilen (spreek uit als: Reer’n)

Tiebelen: priegelen/frunniken. (spreek uit als: Tiebel’n)

Mieghummel: mier

Maagie: meisje

Bezzem: bezem

Schölk: schort

Deuze: doos

Bliede: blij

Siepel: ui.

Jij? / ie? / jou? / oe?

 

 

 
jij hebt : ie hebt
is die van jou? : is die van oe?
is dat jouw jas? : is dat oen jasse?
is dat de jouwe? : is dat oende?
heb jij dat ? : heb ie dat?
wie, jij!? : wie, ieje?

LETTERS EN KLANKEN:

Veelal worden de woorden met een ‘lange ij’ uitgesproken als ie, zoals (bijbel) biebel, (ijs) ies, (mijmeren) miemer’n. Het woord ijs (als we een ijsco bedoelen) spreken we wél weer uit als ijs. Vermoedelijk komt dat doordat de rest van de woorden honderden jaren oud zijn en het begrip ‘ijsco’ vrij ‘nieuw’ is en later pas is ‘ingevoerd’.

Is deze ij aan het eind van het woord, dan wordt het uitgesproken als i’j; (vrij) vri’j, (bij) bi’j, (mij) mi’j. Maar het woord ‘blij’, komt in onze taal de ij op de tweede plaats en spreken we hem uit als ‘bliede’.

In de meeste gevallen worden de woorden met ‘e-i’, zoals breien, gewoon uitgesproken als brei’n (let op! we slikken wél die ‘e’ in natuurlijk!). Weide blijft weide. Ook klein is hier klein, een ei blijft ook hier een ei die in Nieuw Balinge gewoon in ‘mei’ gelegd wordt.