|
Huishoudelijk Reglement
Stichting Peuterspeelzalen Midden
Drenthe
Artikel 1
De openingstijden zijn per peuterspeelzaal verschillend.
U kunt dit terugvinden op de pagina’s 4,5 en 6 van dit
boekje.
Artikel 2
Bij
aankomst in de speelzaal moet het kind worden overgedragen aan de
leidster of helpster en neemt de ouder afscheid van het kind. Bij het
ophalen laat de ouder de leidster of helpster weten, dat zij het kind
meeneemt. Indien een "vreemde" het kind haalt, moet dit bij de leidster
of helpster bekend zijn.
Artikel 3
Kinderen vanaf 1 jaar en 6 maanden
kunnen op de wachtlijst worden geplaatst. Ouders kunnen bij aanmelding
een voorkeur aangeven m.b.t. de dagdelen [indien van toepassing].
Artikel 4
Toegelaten worden kinderen van 2 tot 4
jaar. In principe geschiedt plaatsing in volgorde van opgave, met
uitzondering van het genoemde in artikel 5, 6, 7 en 12. Het
bestuur heeft het recht in bijzondere gevallen anders te beslissen.
Artikel 5
Plaatsing geschiedt op volgorde van wachtlijst. Ouders
kunnen ten alle tijde plaatsing in een groep weigeren, bij
herhaaldelijk weigeren wordt het kind onder aan de wachtlijst
geplaatst. I.v.m. administratieve redenen en om de rust van uw
peuter en de groep te handhaven kan er in principe niet
van groep worden gewisseld.
In verband met de drukte in de maand
december en 6 tot 4 weken voor de zomervakantie worden er geen
peuters geplaatst in deze perioden.
Artikel 6
Ouders van kinderen die verhuizen en waarvan de kinderen in de vorige
plaats reeds geplaatst waren op een peuterspeelzaal, worden na voldoende
bewijs hiervan, met voorrang geplaatst.
Bij gelijktijdig voorkomen van twee voorrangsgevallen beslist de
leeftijd, waarbij het oudste kind het eerst wordt geplaatst.
Wisselen van speelzaal om andere redenen, kan alleen in overleg
met de betrokken locatie.U kunt dit schriftelijk aanvragen bij de
coördinator.
Artikel 7
Prioriteit kan worden verleend op advies
van arts en/of psycholoog, waarbij per geval de coördinator beslist. Dit
moet gedaan worden d.m.v. een schriftelijke verklaring. die u indient
bij de coördinator.
Artikel 8
Bij
toelating wordt vastgesteld op welke halve dagen het kind de speelzaal
kan bezoeken.
Artikel 9
Voor ieder kind geldt wederzijds een proeftijd van twee
maanden.
Artikel 10
Bij opzegging tijdens de proeftijd wordt voor een halve
maand of een hele maand berekend; bepalend hiervoor is of de opzegging
vóór of na de 15e van de maand is geschied. Als uw kind voor de 15e van de maand op de peuterspeelzaal
geplaatst kan worden, bent u de hele maand ouderbijdrage verschuldigd en
vanaf de 15e van de maand een halve maand ouderbijdrage. Bij
afmelding geldt het omgekeerde: gaat uw kind voor 15e van de maand van
de peuterspeelzaal, dan bent u nog een halve maand ouderbijdrage
verschuldigd en na de 15e dient u die hele maand te betalen. Er
geldt een wederzijdse proeftijd van 2 maanden, daarna geldt een
opzegtermijn van één maand. Het opzeggen dient u [schriftelijk] te doen
bij de peuteradministratie in de eigen kern, ook als uw peuter
tussentijds de peuterzaal verlaat.
Artikel 11
De ouderbijdrage, die wordt
vastgesteld door het bestuur, wordt jaarlijks herzien met de start van
het nieuwe seizoen.
Artikel 12
Er zijn vijf groepen ouderbijdragen, die
elk een andere inkomensgroep omvatten. Na het tonen van de loongegevens* wordt
bepaald in welke groep van ouderbijdrage men valt. De kopieën van de loongegevens worden,
samen met het machtigingsformulier [zie pag. 16]opgestuurd naar het
administratiekantoor Nofak. De kopie loongegevens worden vertrouwelijk
behandeld en na inzage vernietigd. Indien bij plaatsing van het kind de
loongegevens niet zijn getoond,valt u automatisch in de hoogste
categorie. Uw kind kan niet op de wachtlijst geplaatst
worden als het machtigingsformulier niet ontvangen is. * loonstrookje[s]
/ verklaring accountant
Artikel 13
Waar het gaat om meerlingen [tweeling,
drieling] geldt 25% korting vanaf het tweede kind.
Artikel 14
Afhankelijk van de periode waarin de
zomervakantie valt, is over de maand juli of augustus geen ouderbijdrage
verschuldigd. De overige maanden dienen bij automatische
betaling te worden voldaan.
Artikel 15
De automatische incasso van de
ouderbijdrage gebeurt voor de 5e van de maand. De betaling vindt
achteraf plaats. Bv. in juni wordt over mei geïnd. Er wordt van u verwacht dat de
ouderbijdrage beschikbaar is op de door u opgeven bank– of girorekening.
Mocht de inning niet lukken, wordt u de administratiekosten in rekening
gebracht. Per keer wordt € 2,50 aan u doorberekend.
1.
Als de inning niet mogelijk is, wordt in de erop volgende maand de
ouderbijdrage dubbel en € 2,50 administratiekosten afgeschreven. U wordt
hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
2.
Mocht de automatische incasso van de ouderbijdrage voor de 2e
achtereenvolgende maand ook niet mogelijk zijn, dan wordt de in de erop
volgende maand de ouderbijdrage over 3 maanden en € 5,00
administratiekosten. Tevens ontvangt u een tweede herinnering.
3.
Bij een 3e achtereenvolgende maand waarbij de ouderbijdrage opnieuw niet
kan worden ingenomen door de bank, ontvangt u een aangetekende aanmaning
en wordt de deurwaarder/ incassobureau ingeschakeld. Hierbij dient vermeld te worden, dat de
openstaande ouderbijdragen, bank-, administratie– en
deurwaarderskosten aan u doorberekend worden. Tevens zal uw kind van de peuterspeelzaal
worden verwijderd. Hierna hebt u nog 30 dagen de tijd om de
ouderbijdragen te betalen, daarna zal zijn/haar plaats worden ingenomen
door een betalend kind.
Artikel 16
Door de Stichting wordt geen collectieve
W.A.-verzekering voor de leidster/kinderen en vrijwilligster/ hulpmoeder
afgesloten.
Artikel 17
De peuterspeelzaalvakanties zullen zoveel
mogelijk aansluiten bij de basisschool- vakanties. Daarnaast heeft iedere peuterspeelzaal één
extra vrije dag die naar keuze ingevuld kan worden.
Artikel 18
Tijdens ziekte moet men de eerste 14 dagen
normaal betalen, daarna is men geen bijdrage meer verschuldigd gedurende
de ziekte.
Artikel 19
Ziekte van een kind dient zo spoedig
mogelijk te worden gemeld aan de leidster van de speelzaal. Van een
besmettelijke ziekte in een gezin dient direct melding te worden
gemaakt. In geval van mogelijk besmettingsgevaar is
de leidster bevoegd een kind de toegang tot de speelzaal te weigeren, na
overleg met de huisarts.
Artikel 20
De kinderen mogen drinken en fruit
meenemen. Bij verjaardagen mag getrakteerd worden in overleg met de
leidster.
Artikel 21
Ieder kind, die nog niet zindelijk is, moet
bij zich hebben: een plastic zak, waarin broekjes of papieren luiers,
verschoondoekjes of washand en handdoek zitten.
Reservekleding indien nodig. Liever geen
luierbroekjes meegeven, dan moeten broek en schoenen allemaal uit!
Artikel 22
Het bestuur aanvaardt geen
aansprakelijkheid voor het wegraken of beschadigen van kleding en
meegebracht speelgoed.
Artikel 23
Het bestuur zal, bij voldoende
belangstelling, ieder jaar een gezamenlijke ouderavond beleggen.
Het programma van deze avonden wordt tijdig bekend gemaakt.
Artikel 24
Voordat een kind komt, kan het vrijblijvend
van tevoren samen met de ouder komen, in overleg met de leidster[s].
Artikel 25
Bij plaatsing van een kind verplicht één
der beide ouders of een vervanger zich om, bij toerbeurt met andere
ouders, te helpen bij het schoonhouden van de speelzaal.
Artikel 26
Bij plaatsing van een kind verplicht één
der ouders [of een vervang[st]er] zich om, bij toerbeurt met andere
ouders, de leidster te helpen in de peuterspeelzaal.
Artikel 27
In de peuterspeelzaal wordt de Nederlandse
taal gesproken.
Artikel 28
Ter bevordering van de doorgaande lijn
peuterspeelzaal naar basisschool, wordt er bij overgang van een kind
naar de basisschool, een overdrachtsformulier door de peuterleidster
ingevuld in overleg met de ouders/ verzorgers.
Artikel 29
In het kader van gezondheid en veiligheid
is het personeel verplicht bedrijfshulpverlening te volgen en te
herhalen. Het kan zijn dat de peuterspeelzaal hierdoor komt te
vervallen.
Artikel 30
Klachten kunt u schriftelijk richten aan
het bestuur van de SPMD. Uw klacht wordt volgens vastgestelde procedure
afgehandeld. Deze kunt u opvragen bij het kantoor. Anonieme klachten
worden niet behandeld.
Artikel 31
In gevallen, waarin dit huishoudelijk
reglement niet voorziet, beslist het Dagelijks Bestuur.
 |