-bladzijde 5-
2) IN DAT KLEINE CAFE BIJ DE BROGGE…
…REFREIN…
Daar in dat kleine café bi’j de brogge
Daar zijn de mensen gelijk en tevree.
Daar in dat kleine café in Nei-Baoling
Daar telt je geld of wie je bent, niet meer mee
1
De avondzon valt over straten en pleinen,
de gouden zon zakt in de stad.
De mensen die moe in hun huizen verdwijnen,
ze hebben de dag weer gehad.
De neonreclame die knipoogt langs ramen,
het motregent zachtjes op straat.
De stad lijkt gestorven toch klinkt er muziek,
uit een deur die nog wijd open staat.
(REFREIN)
2
De toog is van koper toch ligt er geen loper,
de voetbalclub hangt aan de muur
De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox,
een pilsje dat is er niet duur
Een mens is daar mensrijk of arm,
’t is daar warm geen monsieur of madame maar wc
Maar ’t glas is gespoeld met het helderste water,
ja t is daar een heel goed café.
(REFREIN)
3
De wereldproblemen die zijn tussen twee,
glazen bier opgelost voor altijd
Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening,
of je staat in het krijt
Het enige wat je aan eten kunt krijgen,
dat is daar een hardgekookt ei
De mensen die zijn daar gelukkig gewoon,
ja, de mensen die zijn daar tevree
(REFREIN)