| -bladzijde 6- |
|
3) Nei-Baolings volkslied
Men vraagt zo vaak, waar ben je toch geboren Men vraagt zo vaak, waar heeft je wieg gestaan? Was het een dorpje met een scheve toren Of misschien in het hart van de Jordaan? Onze wieg stond in het wijde Drentse veld Waar het arme veenvolk peesde voor wat geld Waar de paarse heide, ’t zwarte veen omkranst En in de donk’re nachten, witte wieven danst Waor de olde scheuper, mit zien schaopies dwaalt En het arme veenvolk vaak de tol betaald!
Nieuw Balinge, ging men het dorpje noemen Nieuw Balinge, staat niet op ied’re kaart Nieuw Balinge, ik zou het willen roemen Een fijne jeugd, is dit ten volle waard! Voor het kerkje en de kapsalon van Smid Loopt een dwarswijk waar een vondertje in zit Daor woont Elsie Kleine, daor woont olde Braand Daor woont Fokke Kroezen, boerties zonder laand Daor woont Gurbe Jager, daor woont Hendrik Sok, Daor woont Berend Stoefzaand, steunend op zien stok.
Na 60 jaar, loop ik hier rond te dwalen Ben stomverbaasd door zoveel nieuwigheid Electra, gas, kan ieder dat betalen? De turf, de rook, de stank, ze zijn het kwijt. Van het oude vind je hier maar weinig meer De vooruitgang neemt ook hier beslist geen keer. Weg is Knelis Blanken,winkeltje vol sfeer In de kroeg van Knelis, tapt ze ok niet meer Fietsenmaker Kleine, laat de banden lek, D’appelhof van Koekoek, is niet meer in trek…. |