Een Nieuw Balinger in Australië

Afgelopen winter heeft dorpsgenoot Jur Huizenga samen met zijn reisvriendin Coosje een reis van 3 maanden gemaakt door Australië en Papoea Nieuw Guinea. Aansluitend is hij in z’n eentje nog een maand in India geweest. Voor de lezers van KONTAKT doet hij verslag van zijn ervaringen. Onderstaand de eerste aflevering die over Australië gaat.

a. De feestelijke tussenlanding in Singapore

We vliegen met een Boeing 747, bijgenaamd Jumbo, van de Australische luchtvaartmaatschappij Qantas van Frankfort naar Sydney. De bijnaam Jumbo is terecht. De hoogte van de staart bedraagt ca. 20 meter, een toestel kan ca. 185 m3 brandstof tanken en heeft volgeladen een startgewicht van niet minder dan ca. 350 ton! Hoe kan een dergelijk gevaarte opstijgen en in de lucht blijven, vraag ik mij vaak af. Elke keer weer een wonder van techniek. De vliegduur naar Sydney bedraagt 21 uur. Zelfs met 185.000 liter brandstof aan boord kan een Jumbo ”slechts” 12 uur in de lucht blijven hangen en is er dus een tussenlanding nodig om bij te tanken. Vaak wordt hiervoor Bangkok gekozen, maar in ons geval was dit Singapore.

Het geeft mij altijd een warm gevoel van binnen, wanneer ik bij een bezoek hartelijk ontvangen wordt. Werden Coosje en ik vorig jaar op Fiji ’s morgens om 5 uur onthaald met zang en gitaarspel, bij de tussenlanding in Singapore staat er als speciaal welkom aan de kant van de landingsbaan een aantal brandweerauto’s met feestelijk draaiende zwaailichten opgesteld. Slechts weinig luchtreizigers valt een dergelijke eervolle ontvangst ten deel. Ik voel mij een bevoorrecht mens.

Nadat de Jumbo de landing had ingezet, trok het op voor een tweede poging. Tijdens het draaien van het daarvoor noodzakelijke rondje meldt de captain zich via de boordradio. Er is een klein technisch probleem zonder te zeggen wat dit precies is. Na de landing zouden technici aan boord komen om het te verhelpen. Het resultaat is dat alle passagiers hun kalmte bewaren. De aanblik van de brandweerauto’s, waarover de captain overigens niet gerept had, is voor Coosje en mij hetzelfde als wanneer we een brandweerauto door de straat zien rijden, iets waarmee je zelf niets te maken hebt. Achteraf gezien, een merkwaardig gevoel bij de situatie. Na de landing blijkt er toch iets meer aan de hand te zijn. De Jumbo wordt meteen na de landing tot staan gebracht en de motoren worden uitgeschakeld, waardoor de landingsbaan voor andere vliegtuigen geblokkeerd wordt. Na een kwartier wachten worden we weggesleept naar de passagiersterminal, waar iedereen het toestel moet verlaten. Korte tijd later wordt ons meegedeeld dat het toestel niet verder kan vliegen en alle passagiers overgebracht zullen worden naar een hotel voor de overnachting. Wie schetst onze verwondering en bewondering dat we al binnen 30 minuten in een bus richting hotel rijden, waar we 20 minuten later aankomen. Compliment voor de Singaporanen! Na nog eens 10 minuten hebben we al een luxe kamer met ligbad en TV-plasmascherm aan de muur betrokken en een kwartier later zitten we aan de welvoorziene dis in het chique restaurant van het 4-sterenhotel. We krijgen te horen dat we de volgende dag ’s avonds zullen doorvliegen.

Coosje en ik vinden zoiets prachtig, omdat we tijd hebben. Een overnachting in een luxueus hotel, waar ik anders nooit kom, inclusief maaltijden op kosten van Qantas aanvaarden we dankbaar. De volgende dag krijgen we een stadsrondrit met gids aangeboden, wat natuurlijk ook leuk is evenals het aansluitende lunchbuffet met oesters, gamba’s enz. Leve Qantas!

’s Middags wordt ons meegedeeld dat het Qantas-toestel nog een dag in Singapore moet blijven, maar de passagiers verder kunnen vliegen met een toestel van Singapore Airlines, de beste vliegmaatschappij ter wereld. En zo arriveren we in Sydney met 30 uur vertraging en de ervaring van een interessant bezoek aan Singapore, waar ik nog niet eerder geweest was, rijker.

In Sydney horen we van een bemanninglid die we aanspreken, dat het hydraulisch besturingssysteem van het vliegtuig defect was, waardoor het op de grond niet kon manoeuvreren. Zeg maar: het stuur van je auto doet het niet meer. Was het toestel niet precies recht op de baan geland, dan was koerscorrectie niet mogelijk geweest en zou het naast de baan op het gras terecht gekomen zijn met wellicht een neuslanding tot gevolg. Gelukkig liep het allemaal goed af.

b. Coosje bij de dokter

We brengen een 3-daags bezoek aan het Lamington Nationaal Park. De dag daarop zegt Coosje tegen mij dat er achter haar oor een wratje zit en vraagt, of ik wil kijken. Hulpvaardig als ik ben, geef ik uiteraard gevolg aan dit verzoek en ik bevestig dat er een wratje zit. Ik voeg er aan toe, dat dit bij oudere mensen wel vaker voorkomt en dit (dus) bij mij ook het geval is. De volgende dag zegt ze dat de plek warm aanvoelt en vraagt opnieuw, of ik wil kijken. Bij nadere, nauwkeurige beschouwing blijkt het een teek te zijn. Haar pootjes zie ik bewegen, wat ik uiteraard niet tegen Coosje zeg. De oplettende lezer zal zich nu wellicht afvragen, hoe Jur zo zeker weet dat de teek een ”ze” is en geen “hij”. Welaan, net als bij muggen zijn de tekenmannetjes volstrekt ongevaarlijk en zorgen alleen de vrouwtjes voor misère. Sorry dames, het is niet anders. Het gebeurt overigens wel met een nuttig oogmerk. Het eiwit uit het opgezogen bloed wordt namelijk gebruikt voor het produceren van eitjes en daarmee wordt de veelzijdigheid van de dierenwereld op deze aardbol in stand gehouden. Lijkt me een aardige, positieve gedachte wanneer een mug mij weer steekt.

Overigens ben ik al 3 keer slachtoffer geweest van een teek en je moet er niet mee spotten, omdat je er de ziekte van Lyme mee kunt oplopen. In het uiterste geval kun je daaraan overlijden. Ik heb wel een professionele tekentang in mijn rugzak, maar met een dokterspraktijk letterlijk om de hoek van ons hotelletje ga ik toch liever met Coosje naar deze vakman, omdat de clou is dat de kop van de teek verwijderd moet worden. Wij dus naar de dokter. Na 15 minuten wachten zijn we al aan de beurt. De dokter ziet er niet uit als een medicus. Hij is gekleed alsof hij zojuist in de tuin gewerkt heeft: een grauwe broek, een futloos overhemd met kleurloze bretels erover. De dokter bevestigt mijn lekendiagnose dat het om een teek gaat en haalt vervolgens eenzelfde tekentang uit de kast als ik heb. Kennelijk heeft hij weinig ervaring met het verwijderen van teken, want hij leest eerst uitvoerig de gebruiksaanwijzing. ”Draai en trek”, zegt hij tegen zijn assistente. Ja, zo ver was ik ook al. Vervolgens heeft hij 10 minuten nodig om het diertje te verwijderen.

Coosje ligt daarbij op een onderzoektafel. De assistente houdt haar hand vast, omdat het gepeuter achter haar oor pijnlijk kan zijn. Coosje denkt echter, dat ik haar hand vasthoudt, wat voor haar aanleiding is om haar hand niet stil te houden, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Toen we weer op straat stonden, moesten we lachen om het misverstand en vroegen we ons af, wat de assistente wel niet gedacht moet hebben van haar patiënte.

Na de medische ingreep haalt de dokter een tube desinfecterende zalf uit een la, laat vervolgens de dop op de grond vallen en smeert het wondje ruimhartig dicht. Op mijn vraag, of er gevaar voor de ziekte van Lyme bestaat, antwoordt hij ontkennend. Hij verzuimt echter te zeggen dat er in Australië wel kans op tekentyfus bestaat, wat ik later in mijn reisgids lees. Na een week ontstaat er dan geen rode vlek zoals bij de ziekte van Lyme, maar een zwarte vlek. Ook in dit deel van de wereld gaat de gezondheidszorg er dus niet op vooruit. Zelf de regie in handen houden, luidt mijn parool, anders komt er niets van terecht.