|
Rondrit door het
Mantingerveld
Het was een prachtige nazomerdag. Nieuw
Balingenaar Erik (achternaam?) had zijn
machtige Daf, type YA 328 uit 1956 bij De
Heugte voorgereden.

Na ons buiten met koffie ‘moed ingedronken’
te hebben bestegen we de laad- en zitruimte
van het antieke legervoertuig. Met de Daf
maakten we een rit door de geschiedenis van
Nieuw Balinge en omgeving. Met wij doel ik
op twee vertegenwoordigers van Plaatselijk
Belang Nieuw Balinge, Albert Wielink en Kees
Wielink, een vertegenwoordiger van
Plaatselijk Belang De Broekstreek, Henk
Meppelink, een medewerker van
Natuurmonumenten en ondergetekende. Wij zijn
met de Stichting Joodse Werkkampen deelnemer
in de stuurgroep die het voormalige Munitie
en Magazijncomplex Nieuw Balinge een
toekomst wil geven. In die toekomst willen
we een duidelijke plaats voor de identiteit
van de omgeving inruimen. Maar dan moet je
die omgeving wel kennen.

Onder de deskundige leiding gingen we met de
Daf door het Mantinger Veld. Nu is Drenthe
niet onbekend voor mij; bij de provincie
denk ik grofweg aan oude essen met dorpen,
keienwegen, heide(cultuur), afgegraven
veengebieden veel ruimtelijkheid en
natuurlijk hunnebedden maar om een
plaggenhut in de nabijheid van ons
projectgebied aan te treffen doet mij als
cultuurhistoricus toch wel iets. De hut is
weliswaar gereconstrueerd maar deze vertelt
wel degelijk iets over het in cultuur
brengen van dit deel van Drenthe. Het
voorzetsel van Balinge prikkelt natuurlijk
wel: waar is of was dan het oude Balinge?
Dat lag dus op deze plek. Met het graven van
de Middenraai verschoof het dorpje naar de
huidige plaats. Samen met de langwerpige
percelen ten zuiden van het munitiecomplex
wordt de ontginningsgeschiedenis van dit
deel van het Mantinger Veld zichtbaar.
Prachtig. We reden door, naar Mantinge, een
aardige overgang, van het relatief jonge
landschap naar de oude cultuurgronden bij
Mantinge. In plaats van lange rechte wegen
reden we over kronkelwegen om bij een
ogenschijnlijk gewone boerderij te stoppen.
Toch niet zo gewoon wanneer men weet wat er
op deze plek gestaan heeft: een werkkamp dat
in de Tweede Wereldoorlog Joden herbergde
die in oktober 1942 ineens naar Westerbork
afgevoerd werden.

Maar op de Mantinger Es is tastbare
geschiedenis aan te treffen die niet met die
donkere periode te maken heeft. Het
‘boerhek’ vertelt het verhaal van de
centrale toegang tot de es en het recht van
overpad wat meestal door de Boermarke
geregeld werd. En dan hebben we het wel over
de oudste bestuursrechtsvorm van Nederland.

Ja, Drenthe is oud, dat bleek maar weer.
Alleen de essen spreken daar al van: door de
bemesting met plaggen vermengd met
schapenmest steeg de esgrond gemiddeld één
milimeter per jaar in hoogte. Hoe oud is dan
een esdek van een meter? Inderdaad: duizend
jaar ploeteren om een karig bestaan te
kunnen leiden.
Bij verschillende plekken vertelde Han
Duyverman van Natuurmonumenten waarmee de
vereniging bezig is in dit gebied:
natuurontwikkeling waarmee de ontginningen
uit de negentiende en de twintigste eeuw
deels teruggedraaid worden. Het resultaat is
een grote ecologische verbinding, iets dat
Nederlandbreed uitgewerkt wordt.
Op de terugweg zagen we weer een stukje
Nieuw Balingse geschiedenis dat het aanzicht
van het huidige gebied bepaald heeft: het
Landarbeiderswet-gebied ten westen van het
dorp. Voor mij tot dan toe een onbekend
fenomeen maar wel kenmerkend voor de
vooroorlogse periode van dit gebied.

Het munitiecomplex kende ik inmiddels goed
maar ik heb daar rondomheen toch veel nieuws
gezien. Het munitiecomplex is geen eiland
zoals het vijftig jaar lang wel geleken
heeft met zijn niet uitnodigende raster
rondom. Het Koude Oorlogscomplex ligt maar
op twee kilometer afstand van een andere
wereldgeschiedenislaag, die van de Tweede
Wereldoorlog: kamp Mantinge. De
cultuurgeschiedenis van het gebied gaat
echter veel verder terug en het aardige is
dus dat je dat aan de hand van tastbare
‘stapstenen’ kunt aflezen. Het was mij een
groot genoegen.
René Vossebeld,
Stichting Militair Erfgoed,
vz. stuurgroep Complex Nieuw Balinge
|